Columns

De dwarsligger

Januari 2020

Afgelopen decembermaand, een willekeurige opsomming van de inhoud van mijn voorraadkast: bonbons, krentenbrood met spijs, kerstkransjes, kaasvlinders, oliebollen, suikerpinda’s, gevulde speculaas en, oh ja, prei en paprika’s . U snapt, de lekkernijen schreeuwden om aandacht. Conclusie: ik at veel te veel (en ‘t was geen prei of paprika’s).

Terwijl ik mij volpropte, maakte een melkveehouder zich laatst zorgen om te weinig eetlust. Niet bij zichzelf, maar bij zijn koe. Want hoewel een mollige melkkoe niet ideaal is, is een vermagerende melkkoe vaak erger. 

Koeien hebben vier magen. De eerste, de pens, is een joekel met een inhoud van 150 tot 200 liter. Het bevat een voedselbrij van ruim 100 kg! Ter vergelijk: een gemiddelde koe weegt 600 kilo! Koeien eten doorgaans vrij gezond. Het grootste deel van hun dieet bestaat uit ‘lekker veel groente’, namelijk kuilgras en mais. Als een koe dagenlang veel te weinig eet, bijvoorbeeld omdat zij zich ziek voelt, dan wordt die enorme pens steeds kleiner, en ontstaat er heel veel ruimte in haar buik. Eén orgaan in het bijzonder kan niet omgaan met al die bewegingsvrijheid en fladdert dan soms alle kanten op. Dat is de lebmaag, de vierde en laatste koeienmaag. Normaal ligt de lebmaag keurig plat op de buikbodem, maar eenmaal aan ‘t dwarrelen, kan dit orgaan zich naar links of rechts verplaatsen en daar dwars blijven liggen, als een gassige ballon.

En zo’n dwarse lebmaag zit een koe letterlijk en figuurlijk dwars! Veruit de meeste dieren zijn plotseling behoorlijk ziek zodra die lebmaag scheef zit: zij eten geen hap, geven amper melk, hebben buikpijn en raken uitgedroogd. Enkele dieren vertonen slechts milde klachten: beetje sloom, mondjesmaat eten, beetje minder melk, rare mest en langzaam vermageren. Kortom: dieren zoals koe Helma, die ik op een ochtend onderzocht.
“Wat is er aan de hand?,” vroeg ik de veehouder, die altijd goed oplet en het beste met zijn dieren voorheeft.
“Beetje sloom, mondjesmaat eten, beetje minder melk, rare mest, langzaam vermageren….tja, dat is het wel” zei de veehouder.
Ik stelde een lebmaagdraaiing naar links vast. Haar maag zat scheef genoeg om last van te hebben, maar niet zo scheef dat ze er acuut doodziek van werd. Zodoende liep ze er al een tijdje mee rond.

We besloten haar te opereren, de meest succesvolle manier om het probleem blijvend te verhelpen. Tijdens deze operatie, die overigens gewoon in de stal gebeurt, staat de koe vast, wordt de operatieplek grondig gewassen, geschoren en gedesinfecteerd, en wordt onder lokale verdoving een snee ter grootte van mijn biceps (een klein sneetje dus) in haar flank gemaakt. Gehuld in steriele operatieoutfit, pakte ik de lebmaag, drukte het gas eruit, en hechtte de lebmaag vast op de plek waar hij thuishoort. Daarna maakte ik de wond dicht, en kreeg de koe naast haar antibioticakuur en pijnstillers, een ‘smoothie’ van liters water, zouten en gisten, om de pens weer te vullen en activeren. Tegen kerstmis was Helma weer de oude, en de rest van de feestmaand heeft zij zich net zo volgepropt als ik!
Ik wens Helma én u allen, een gelukkig en gezond Nieuwjaar toe!

Dierenarts Alexandra Bogerman

De Texelse boeren en ik

november 2019

Feitjes: ik heb schoenmaat 38, ben 1.70m lang, ben niet bepaald gespierd, en Texelse boeren waren de aanwezigheid van een vrouwelijke dierenarts volledig ontwend toen ik hier in 2013 vers van de universiteit begon. Veearts wilde ik zijn. Op bedrijven komen, problemen signaleren, diagnosticeren en verhelpen. Een aanvulling zijn voor boer en dier. 

Hoe het ging: bedrijfslaarzen die voor mij klaarstonden waren maat 45 plus. Ik slofte met dit zware schoeisel over boerenerven, raakte ermee vast in drassige weides en verloor ze als ik over hekken klom. Menig boer die mij belde voor een koe voor keizersnede, zei niet: “Alex, ik heb een koe voor keizersnede”, maar zei: “Meissie, ‘k heb effe een grote sterke collega nodig voor een zwaar klussie.” Waarop ik dapper riep: “Ik kom eraan!” 

Hoe het nu gaat: we hebben elkaar leren kennen, de Texelse boeren en ik. Ik weet wie pietje precies is of vergeetachtig, wie een stresskip is of kalmte zelf, wie de lekkerste koekjes heeft, wie barst van ambitie of wiens tijd het wel zal duren, met wie ik bots en vrede sluit.  Zij weten dat ik geen overall lang schoonhoud, dat ik thermometers op bedrijven laat slingeren, dat ik thee drink en geen koffie, dat ik veel zeg en soms streng ben. Ik leer van hen, zij leren van mij. Ik zie hen ieder jaar, ieder kwartaal, iedere maand of iedere week. Ik scan de eierstokken en baarmoeders van hun koeien, onthoorn hun kalfjes, behandel hun zieke dieren, vaccineer, bekijk hun bedrijfsresultaten, maak stapels papierwerk in orde, laat hun dieren inslapen. We proberen de beestenboel met elkaar gezond en rendabel te houden: zij in hun eigen kloffie, ik in bedrijfslaarzen maat 38.

Tijdens het werken praten we bij, want ja, ook dat is onderdeel van mijn werk als dierenarts. Over wat zij meemaken, de dingen die tegen hen gezegd worden. Anno 2019 hoor ik niet alleen meer: “Alex, ik heb een koe voor keizersnede.”
Ik hoor nu ook:
“Alex, een mevrouw vond laatst dat ik mijn dieren mishandel: ze hoorde een koe loeien.”
“Alex, ik kreeg laatst zonder waarschuwing torenhoge boete omdat ik per ongeluk een administratiefoutje maakte.”
“Alex, een meneer beschuldigde mij ervan dat ik antibiotica en hormonen aan al mijn koeien voer.”
“Alex, ik heb het hele weekend niet geslapen vanwege onrust over nieuwe regelgeving.”
“Alex, ik raad mijn kinderen af mij op te volgen.”
“Alex, ik ben bang dat ik failliet zal gaan.”

Wat ik hier persoonlijk uit opmaak? Men voelt zich onbegrepen, ongehoord, onzeker en ongeliefd. 

Op dinsdagavond 15 oktober reed mijn vriend in zijn trekker de boot op. Met 20 km per uur tuften hij en vele anderen kalmpjes naar Den Haag. Onderweg slapen in het stro bij een collegaboer, barbecuen en frituren, liters bier en kletspraat verwerken en overal waar je keek trekkers en boeren…. ‘Machtig mooi’, was zijn omschrijving van die ervaring bij thuiskomst. Of men zich in de toekomst gesteund zal voelen door burgers of politiek weet nog niemand, maar van mijn vriend leerde ik dit: in dát moment voelden de boeren zich gesteund door elkaar. En misschien ben ik niet objectief, maar ik zal er geen geheim van maken: ik steun hen.  

Dierenarts Alexandra Bogerman

De noodlottige versiertruc

december 2019

Ik stel me voor dat het zó ging, de noodlottige versiertruc van mijn patiënt. Hij kon er niets aan doen: ‘t was de natuur! Hij zag een aantrekkelijk vrouwtje en wilde haar versieren. Toen dat lukte, wilde hij met haar paren. Maar voordat dát goed en wel lukte, werd de liefde ruw verstoord door een stokstaartje, met een vijandige aanval van opzij. Zo snel als hij kon, probeerde hij te vluchten, maar….snelheid was helaas niet zijn specialiteit. Hij was een landschildpad. En zo gebeurde het dat zijn eigenaar mij in een weekend opbelde met een exotisch verhaal, wat hierop neerkwam:
“Ik heb een landschildpad, hij is tijdens het paren aangevallen door een stokstaartje en nu is zijn penis aangevreten en moet waarschijnlijk geamputeerd worden.”

Dit was wat ik allemaal dacht: Penisamputatie?! Is dit een grapje? Dat venijnige stokstaartje! Waarom doet hij dat in vredesnaam? En in ‘t weekend notabene?! Nu zit ík ermee, terwijl ik geen verstand heb van schildpadden! 

Geen charmante gedachten, maar … de waarheid. De enige schildpad die ik tot dat moment ooit op spreekuur had gehad, kwam voor oorontsteking, maar weigerde hardnekkig zijn kop uit zijn schild te toveren. Veel schildpadkennis had mij dat dus niet opgeleverd.
“Krijgen we die penis er wel uit, vanonder dat schild?,” vroeg ik daarom voorzichtig.
“Hij hangt er aan flarden achter, dus hij lijkt goed bereikbaar,” was de strekking van het antwoord.

Ik stelde voor de eigenaar door te sturen naar een specialistenkliniek, waarvan er enkele zijn in Nederland. Het eerste juiste om te doen als dierenarts, als de diersoort in kwestie niet onder je expertise valt. We bespraken de opties, kosten en risico’s, maar uiteindelijk koos de eigenaar voor een behandeling op Texel. Bij mij dus. Donders. Dan gingen we er maar het beste van maken!

Ik besteedde urenlang aan de voorbereiding. Ik stuurde foto’s van de verwonde edele delen van mijn patiënt rond en overlegde met collega’s en dierenartsvrienden (die wellicht opgelucht waren dat dit hen niet overkwam en bovendien dachten dat ik de lolbroek uithing) en specialisten in de schildpaddengezondheidszorg (die dit een doodnormale zaak vonden). Ik las toegestuurde instructies over de diersoort, de verdoving, de operatie. Ik maakte van mijzelf een ‘homemade’ landschildpaddenpenisamputatie-expert voor 1 dag. Je moet toch wát in je weekenddienst….
Ik leerde die dag veel. Wat bleek? Landschildpadden plassen niet met hun penis, ze gebruiken hem alleen voor voortplanting! Je kunt hem veilig amputeren, zonder gevaar voor de plasbuis! 

De schildpad onderging de behandeling lijdzaam. Hij was absoluut zwaar toegetakeld. Ik verdoofde hem, spoelde zijn wonden, verwijderde nauwkeurig zijn hele penis (of wat daar nog van over was), en hechtte alles zorgvuldig dicht. Hij kreeg pijnstillers en antibiotica mee. En een contactverbod met stokstaartjes. De dagen daarna wachtte ik in spanning af en hield regelmatig contact met de eigenaar. Genas de wond goed en zonder infecties? Hervond hij zijn eetlust? Kon hij nog plassen en poepen? Ik was opgelucht te horen dat dit wonderlijke ongeluk een even wonderlijke afloop kreeg: de schildpad herstelde helemaal! 

En als men mij vraagt: ‘wat is het gekste wat je ooit gedaan hebt als dierenarts?’….. Nou, dan weet u voortaan mijn antwoord wel!  

Dierenarts Alexandra Bogerman

Lammetjes: the making of...

oktober 2019

Het is herfst. Aardige kans dat u dit leest met achtergrondgeluiden van gierende wind en striemende regen. Dan heb ik hier een (hart)verwarmend verhaal over…. lammetjes! Nee, deze keer niet de schattige babyschaapjes zélf, maar “Lammetjes: the making of…”.
Geen zorgen, schunnig wordt dit niet, wél interessant! Want hoewel het lammetjesseizoen nog mijlenver weg lijkt, zijn veel schapenboeren al druk bezig met voorbereidingen. En in dát kader stel ik u de volgende patiënten voor: De Daltons.

U ziet De Daltons – die, even voor de duidelijkheid, deze schuilnaam van mij kregen zodat ze lekker anoniem blijven en tóch in de krant kunnen – hier op de foto. Ze kijken een beetje schaapachtig in de lens. En terecht! Ze zijn tenslotte zojuist onder handen genomen door ondergetekende.

De Daltons zijn gelukkig niet ziek. Ze gaan een glansrijke carrière tegemoet als ‘zoekram’!
Voordat u denkt dat schapen tegenwoordig ook de speurhonden-opleiding mogen volgen: dáár heeft het niks mee te maken. Een zoekram betekent: een ‘gesteriliseerde ram’.
Zoekrammen helpen veehouders om een groep ooien in korte(re) tijd te laten aflammeren, zonder gebruik van kunstmatige hormonen. Hoe?! Een beetje uitleg hierbij is wel handig.

Schapenliefde is nogal anders dan mensenliefde, en werkt als volgt:
Het natuurlijke voortplantingsseizoen loopt van augustus tot december. Wanneer ooien tijdens deze periode voor ‘t eerst een ram besnuffelen, gebeurt er iets merkwaardigs: Poef! Hormonen gaan op hol, enkele dagen later gevolgd door hun eerste eisprong. Inderdaad: de aanblik van een knappe ram veroorzaakt al een eisprong! En zo begint de schapencyclus, die zich iedere zeventien dagen herhaalt. Gewoonlijk gaat zo’n eisprong gepaard met verschijnselen die anderhalve dag duren en die ‘bronst’ worden genoemd. Kwispelen, klef doen, achterwerk aan ramlief tentoonstellen….Je zou kunnen zeggen: ze flirten zich suf, bereid om gedekt te worden! Behalve dan tijdens die alleréérste eisprong. Die gaat bij de meeste dames juist zonder enige poespas voorbij en heet daarom ‘stille bronst’. Omdat ooien vrijwel alleen gedekt worden als zij zich bronstig gedragen, en een groot deel van de ooien stilletjes langs de kant toekijkt, die eerste eisprong, worden de meeste dieren dan ook niet meteen gedekt, maar pas zeventien dagen later. U snapt: het heeft voordelen als alle ooien hun stille bronst zouden doormaken vóórdat er een ram begint te dekken, want: hoe korter de aflammerperiode, hoe minder lang een schapenboer ’s nachts zijn bed uit moet.

Nú wordt het nut van De Daltons duidelijk! Om de beurt gingen zij onder algehele narcose, zodat ik via kleine sneetjes beiderzijds een stukje zaadleider kon verwijderen. Zoekrammen worden onvruchtbaar, maar zijn niet gecastreerd. Zo behouden zij hun natuurlijke hormonen en hebben ze hetzelfde effect op ooien als gewone rammen. Ze stimuleren de stille bronst, en bevruchten niemand! Zoekrammen blijven tot een paar weken in de koppel, en worden dan omgeruild voor vruchtbare soortgenoten. Hierdoor wordt direct optimaal gebruik gemaakt van de eerste echte bronst en wordt het lammerseizoen dus flink verkort.

En onze beteuterde Daltons? Zij kunnen tot zes weken na de operatie nog vruchtbaar blijven, dus voorlopig blijven zij samen….als je-weet-wel-mannen onder elkaar!

Dierenarts Alexandra Bogerman