Columns

Van zandkoekjes tot zandkasteel

juni 2019

Wat koken betreft, leef ik nog enigszins studentikoos. Ik kan ‘suikerzoet’ zijn, zolang mijn maag vol is, maar ik word acuut ‘linke soep’ als de trek toeslaat en er geen eten in de buurt is. Koken schiet er dus wel eens bij in. Hoe luider mijn maag knort, hoe minder kieskeurig ik ben. Een tosti of kant-en-klare maaltijd is dan snel bereid. Ik werk naar binnen wat het snelst voorhanden is.  Beetje dierlijk, vind ikzelf. 
Maar, ter verdediging: zo bont als de hond, zal ik het nooit maken!

Honden zijn geen fijnproevers, is mijn bescheiden mening. Wat zij zoal vreten, daar kun je bladzijden vol over schrijven, en het doet mij soms twijfelen aan hun smaakpapillen. Speelgoed, gras en stokken, poep van soortgenoten, poep van niet-soortgenoten, sokken (liefst gedragen), maandverband (uiteraard ook liefst gedragen), vishaken…. De lijst van ‘gevonden voorwerpen’ in het honden-maagdarmkanaal is eindeloos en levert deze diersoort regelmatig problemen op.

Zo ook bij ‘Strolchi’, een vierjarige snoezige Havanezer reu van amper 5 kg. Midden in de nacht had hij zijn eigenaren abrupt gewekt met een snerpend, aanvalsgewijs gejammer, gevolgd door waterige diarree. Ook had hij één keer slijm gebraakt. Het braken en de diarree stopten daarna, maar de aanvallen van pijnlijk gepiep kwamen vaker en duurden steeds langer. De eigenaren herinnerden zich dat hun hondje die dag op het strand iets had opgepeuzeld, maar wát precies was onbekend. Na twee uur aankijken in hoop op verbetering, belden deze mensen mij bezorgd op en kwamen met Strolchi naar de praktijk.

Op de behandeltafel onderging Strolchi het lichamelijk onderzoek gedwee. Hij oogde kalm en stabiel, met een rustige hartslag en ademhaling, normale temperatuur, geen uitdrogingsverschijnselen, alert, inclusief kwispelend staartje. Maar bij het voorzichtig doorvoelen van zijn buik, werd bij hem de ‘aan-knop’ geactiveerd en gilde hij het uit!  De darmen in zijn buik voelden als zandzakjes vol zandkoekjes, en deden hem flink zeer. Ik vermoedde een (potentieel gevaarlijke) ‘zandobstipatie’, en stelde voor een röntgenfoto te maken. Zo kunnen we direct in beeld brengen of er écht zand in de darmen zit, en hoeveel dit is. Verder biedt het de mogelijkheid om, als Strolchi niet binnen een paar dagen zou opknappen, de röntgenfoto te herhalen, om te zien of datgene wat zich in de darmen bevindt, überhaupt richting de uitgang verplaatst, of juist muurvast zit.

De röntgenfoto bevestigde de diagnose: Strolchi’s darmen zaten tjokvol zand. Ik gaf hem injecties tegen pijn en misselijkheid, en nog diezelfde nacht startten we ook de behandeling met een speciale darmwasvloeistof, wat de eigenaren thuis ieder uur moesten toedienen in zijn bek. Dit moest ervoor zorgen dat het zand uit de darmen gespoeld werd.

De komende dagen werden spannend: zou Strolchi een (ingestort) zandkasteel uitpoepen of niet? We hielden regelmatig contact, en na anderhalve dag was daar de blije ‘grote boodschap’: Strolchi kon weer poepen en het zand was eruit! En….zou Strolchi bij zijn volgende hap zand voortaan kuchen, proesten, een slok zeewater in zijn mond doen rondkolken om alle zandkorrels die achter zijn tandvlees plakken weg te spoelen, en dan de hele mikmak keihard uitspugen? Waarschijnlijk niet…waarschijnlijk slikt hij het gewoon door.  Helemaal voorkómen dat je hond gekke dingen opeet, lukt lang niet altijd. Goed opletten, en bij twijfel aan de bel trekken, is alles wat u kunt doen. En wij staan dag en nacht voor u klaar!

Dierenarts Alexandra Bogerman 

Ode aan 'Dingena 4'

April 2019

Mensen vragen mij soms: “Wat is jouw lievelingsdier?”
Met mijn beroep in ’t achterhoofd, is de meest passende reactie natuurlijk: “Wat is dát nu voor vraag?! Ik houd van álle diersoorten!”.
En inderdaad, zolang ze mij niet proberen te bijten, krabben, trappen, omver beuken of kopstoten, ben ik ieders dierenvriend.

Ik moet alleen bekennen dat ik groot respect voel voor één diersoort in het bijzonder: de koe. En wel om haar grootse stoerheid!
Waar menig hond met gebroken nagel gelijk op drie poten hinkt, een ziek paard meteen geen hap wil eten, een kat met abces het uitkrijst of zijn leven ervan afhangt… ondergaat de koe haar ongemak als een heldin! 
Vergeef mij, ik spreek nu in overdreven algemeenheden en er bestaan vast ook uitzonderlijk stoere honden, paarden en katten op aard. Maar zonder gein: koeien zijn enorme kanjers wanneer ‘t het weerstaan van pijn, ondergaan van behandelingen en herstelvermogen betreft.

Zo werd mijn ‘koe-respect’ vorige maand weer eens aangewakkerd door ‘Dingena 4’. Dingena 4, een zwartbonte melkkoe, leidde tot voor kort een rustig en anoniem bestaan. Ze gaf al jarenlang liters melk, herkauwde tevreden, bracht ieder jaar een kalfje ter wereld en raakte nooit in de problemen. Vorige maand was zij 167 dagen in verwachting. Koeien zijn, net als mensen, 9 maanden zwanger. Dingena 4 had dus nog een tijdje te gaan vóór de aanstaande bevalling. Maar plotsklaps werd ze ziek en gaf nog maar een paar druppels melk. Verder perste ze regelmatig , zonder dat er iets uitkwam. Dat was het moment waarop ik kennis maakte met één van de meest weerbare koeien uit mijn carrière.

Na lichamelijk onderzoek ontdekte ik dat Dingena 4 een zeer ernstige baarmoederdraaiing had. Kent u ‘wokkelchips’? De baarmoeder van deze koe was (drachtig en al) als wokkelchips in elkaar gedraaid! Dat gebeurt spontaan, meestal bij hoogzwangere koeien. En daar kan een baarmoeder slecht tegen. De doorbloeding raakt verstoord, met bloedvergiftiging, pijn, ongemak en gevaar voor het embryo tot gevolg.

We opereerden haar om de draaiing eruit te halen, haar enige kans op herstel. Wat ik aantrof was niet best. Haar baarmoeder was door de strakke draaiing helemaal bros geworden en scheurde bij de minste aanraking. Haar kalfjes (een tweeling!) waren overleden en haalde ik eruit. Samen met collega Eveline hechtte ik daarna heel voorzichtig alle scheuren in de baarmoeder. De operatie was langdurig en zwaar, want de baarmoeder viel steeds in flarden uit elkaar. We hielden vol, net als Dingena 4. Vele pakjes hechtdraad later, was alles eindelijk netjes dicht. Zo’n ernstige draaiing, met zo’n kapotte baarmoeder, was een zeldzaamheid en haar overlevingskansen waren klein.

Maar dit was een kanjer! Geen wondinfectie, geen hongerstaking, geen enkele complicatie: niet te geloven! Zonder piepen gaf ze al snel 4 liter melk, en toen 8, 10 en 15! Schitterend als je, na zo’n heftige diagnose, zo’n inspanning van mens en dier en zo’n twijfelachtige uitkomst…. zo’n mooi herstel meemaakt! Dát is waarom ik dierenarts ben geworden. 

En verklaart u mij gerust voor gek, maar als ik tegenwoordig mijn teen stoot, en hinkend en jammerend door het huis huppel…dan denk ik stiekem even aan Dingena 4, en doet ‘t al een beetje minder pijn.

Dierenarts Alexandra Bogerman 

Werk & privé: United

mei 2019

Laat ik eens een (vrij afgezaagd) onderwerp belichten: de werk-privé-balans. Voordat u mij onmiddellijk als ‘saai’ bestempelt: weinig dierenartsen uiten zich openlijk hierover, dus in dát opzicht ben ik hopelijk enigszins vernieuwend. Internet staat er bol van, velen lijken er iets over kwijt te willen:
De werk-privé-balans raakt verstoord! Gouden tips om de werk-privé-balans te verbeteren! Test uw werk-privé-balans! Enzovoorts, enzovoorts.

Wat voeg ík daar dan aan toe? Tips of testen? Nee, zeer zeker niet. Dit is slechts een kleine anekdote die illustreert hoe zeer dit werk met je privéleven verbonden kan zijn. U zult misschien gemerkt hebben dat ik in mijn column steeds over een andere diersoort schrijf. Dit verhaal gaat over een paard dat luistert naar de naam ‘United’. Een merrie van 18 jaar, groot, donkerbruin, trots. Van mij. En voor mij een kadootje.

Ik kreeg haar anderhalf jaar geleden. Haar vorige eigenaresse zocht een nieuwe plaats voor haar, iemand die af en toe met haar wilde rijden, geen wedstrijdambities had of veulentjes wilde fokken, kortom: net iets voor mij. Vanaf mijn kleutertijd heb ik altijd in het zadel gezeten, verre van professioneel: ik banjerde met mijn pony door de polders, maar genoot enorm daarvan. Toen ik zes jaar geleden naar Texel verhuisde, bleef mijn pony – inmiddels bejaard en gepromoveerd tot grasmaaier – achter bij mijn ouders, onder de rook van Rotterdam. Ik miste mijn hobby ‘paardrijden’, en was heel blij een eigen paard op Texel te krijgen! ‘Uni’ bleek wel een beetje bange broekenpoeper te zijn. Altijd blij, deed geen vlieg kwaad, maar een held op sokken. Verkeersborden waren spannend, trekkers moesten met grote sprongen omzeild worden en van schapen kreeg ze de bibbers (een onhandige eigenschap, voor een Texels paard!).

Twee weken terug belde vriendlief me wakker met de verontrustende mededeling dat Uni plat in haar stal lag, onrustig, niet in staat om overeind te komen. Voor een paardeneigenaar heel slecht nieuws, en de dierenarts in mij kon dat bevestigen. Ik reed zo snel mogelijk naar haar toe. Ze hinnikte, ondanks haar toestand. Vlug onderzocht ik haar. Torenhoge hartslag, bezweet lijf, donkerroze slijmvliezen, ondertemperatuur en een ondraaglijke buikpijn. Zo extreem ziek, zo plotseling, terwijl ze nog nooit ziek was geweest en de avond tevoren niks gemankeerd had. Ik herkende het beeld. Dit was koliek in zijn ergste vorm. Ik gaf haar pijnstillers, eerst de ‘gewone’, kort daarna de morfine. Niks hielp. Haar lichaam was verkrampt van pijn.

Ik moedigde haar aan te staan, als eigenaar. Ik wist dat het haar niet zou lukken, als dierenarts.

Ik dacht: misschien wordt het straks beter. Én ik dacht: dit wordt nóóít meer beter.

Ik belde een collega erbij, om de eigenaar in mij te vertellen wat de dierenarts in mij allang wist. Ik kon haar niet beter maken. Maar goed, een doodsvonnis uitspreken over je eigen huisdier is nu eenmaal geen dagelijkse bezigheid.

Op 18 april heb ik ‘Uni’ in laten slapen, in het bijzijn van mijn collega, mijn vriend en mijn schoonfamilie. Ze overleed waarschijnlijk aan de gevolgen van een darmdraaiing. Het inslapen deed ik als dierenarts. Het huilen daarna als eigenaar. Mijn werk-privé balans? Bestaat niet. Dierenarts zijn stopt niet na werktijd. Sterker nog, ik heb me zelden méér dierenarts gevoeld dan toen.

Dierenarts Alexandra Bogerman

Lentekriebels op de dierenartsenpraktijk

Maart 2019

Het is mij een eer en genoegen een term uit onze dierenartsenpraktijk te lanceren: ‘de schapentijd’. En hij is begonnen!
Wat betekent dit voor u? Texelse weiden vol dartelende lammetjes! Ultiem lentegevoel! Vrolijkheid! Vertedering!
Wat betekent dit voor ons? Veel spoedgevallen, weinig nachtrust, méér diensten, dagelijks vruchtwaterparfum, maar absoluut ook lentegevoel, vrolijkheid en vertedering!

Schapenwerk komt overal tussendoor. Vaak met voorrang, want tja, een bevallend schaap wacht niet. Dat maakt werkdagen gezellig druk, verrassend en soms een tikkeltje chaotisch! Van natuurlijke bevallingen, keizersnedes en verhelpen van vagina- en baarmoederprolapsen bij schapen, tot het operatief herstellen van lies- en navelbreuken bij pasgeboren lammetjes, en voorkómen en behandelen van allerlei ziekten; we doen het allemaal. Zelfs onze bikkels van assistentes hebben nu weekenddiensten, zodat ieder schaap en lam steeds met eigen, perfect schone, gesteriliseerde instrumenten kan worden behandeld!

Nu moet ik zeggen: de schapentijd is niet meer wat het geweest is. Uit overleveringen van ‘vroeger’, weet ik namelijk: lammetjes waren vroeger erg groot, schapenbekkens erg krap, dus het aantal keizersnedes: erg veel! Was je nét op dreef met je huisdierenspreekuur, moest er een schaap worden geopereerd! Stond je nét lekker koeien te vaccineren, moest er een schaap worden geopereerd! Begon je nét een schaap te opereren, moest er nóg een schaap worden geopereerd!

Anno 2019 zijn schapen ruimer geschapen, waardoor het aantal keizersnedes flink is afgenomen. Maar grote lammetjes in een te kleine moeder is niet de enige reden waarom wij als dierenartsen vandaag de dag keizersnedes doen. Als voorbeeld dit verhaal, voor wie er tegen kan:

Schapen doen niet aan zwangerschapsgym en leren niet wanneer ze wel of niet moeten persen. Soms is een drachtig schaap zo ontzettend dik, dat lammetjes deels in het bekken van het schaap zakken. Dat voelt voor het schaap alsof zij hard moet persen, ook al is haar bevalling nog (lang) niet begonnen. Dus perst zij vol overgave!  Niet heel handig, want de uitgang is dan nog gesloten. Door het persen worden lammetjes nóg verder in het bekken geduwd, wat alles erger maakt. Sommige schapen persen zelfs zó hard, dat het binnenste van hun vagina als een grote bal naar buiten stulpt. Zo’n schaap heet een ‘lijfbieder’. Als het persen niet stopt, kan de vaginawand ontstoken raken of zelfs scheuren, waardoor ingewanden van het schaap naar buiten rollen en zij sterft. De kunst is, om die ellende voor te zijn.
Laatst was ik bij zo’n ‘lijfbieder’ met een kogelronde buik, die al dagen non-stop perste. De veehouder wist dat ze over een paar dagen uitgerekend was. We hadden het schaap daarom een injectie gegeven om een natuurlijke geboorte te vervroegen, maar na anderhalve dag was er nog steeds geen teken van bevallen en ging het persen onverminderd door. Afwachten betekende een steeds groter risico op complicaties. Samen met de veehouder besloot ik daarom een geplande keizersnede uit te voeren, om het schaap te verlossen van haar zware vracht. Er werden drie prachtige grote levende lammeren geboren. Direct na de ingreep was het schaap gestopt met persen en druk in de weer met haar kroost. Moeder en lammeren maken het inmiddels supergoed!

Eindresultaat? Ultiem lentegevoel, vrolijkheid en vertedering!

Dierenarts Alexandra Bogerman