Columns

Tikkie, jij bent 'm!

September 2021

We noemden hem Eddy, onze vondeling met knaloranje piekhaar. Vernoemd naar Ed Sheeran – u begrijpt vast waarom. Amper 4 weken oud was hij, toen hij uitgedroogd en verzwakt werd gevonden bij ‘hole 9’ op de golfbaan. Hij verbleef een week in “hotel Dierenartsenpraktijk Texel”, op basis van volpension. Langzaamaan krabbelde hij erbovenop. Behalve schattig en levendig, was hij dakloos; hij kon niet voor altijd de praktijkmascotte blijven. Dus ik adopteerde hem.

Eddy was wild enthousiast en wilde ‘t liefst de hele dag ravotten. Hij ontwikkelde een specifieke voorkeur: bijten in mijn kuiten. Elke dag. Ik dacht dat hij vocht, dus vocht ik terug. Nietsvermoedend deed ik daarbij alles fout wat je als katteneigenaar fout kúnt doen: boos worden, erachteraan rennen, een speelgoedje smijten… Dingen die hij hilarisch vond. Terwijl ik dacht dat ik Eddy iets bijbracht, dacht Eddy alleen maar: “Tikkie, jij bent ‘m!” Hoewel het hem in mijn ogen aan niets ontbrak (liefde, onbeperkte toegang naar buiten, lekker eten, een variëteit aan speeltjes, krabpalen en mandjes en altijd een dierenarts dichtbij) behield hij een onstuimige voorkeur voor mijn ledematen. Zijn kittenlijfje werd een katerlijf, en met hem groeide ook zijn gebit. Toen ik op een dag zó hard gebeten was, dat het bloed uit mijn kuiten droop en ik ten einde raad informatie van mijn collega’s en kattengedragsdeskundigen inwon, begon het mij eindelijk te dagen: Eddy vertoonde spelagressie.

Van spelagressie is sprake als een kat ongevraagd mensen, andere dieren of objecten bespringt en aanvalt. Dit gebeurt veelal vanuit verveling. De meeste katten bijten niet door en houden hun nagels ingetrokken, maar soms is hun spelagressie gevaarlijk ongeremd. Spelagressie komt meestal voor bij katten die alleen wonen, en niet kunnen spelen met soortgenoten. Als eigenaar kun je dit gedrag verergeren door wild stoeien of door je kitten te laten spelen met handen en voeten; niet doen dus!
Mijn belangrijkste leermoment: spelagressie moet je nooit proberen te straffen! Dit zal namelijk vaak de opwinding vergroten en de kat zelfs het idee geven dat ‘het spel’ begonnen is!

Dat Eddy geen remmingen had en niet wist wat hij aanrichtte, was niet zijn schuld. De grondslag hiervoor was al gelegd op de dag dat hij moederziel alleen bij ‘hole 9’ ging zitten. Kittens hebben de reputatie mateloos speels te zijn. Eén van de spelvormen die zij aanleren is ‘sociaal spel’. Dit gebeurt ongeveer tussen de 4 en 14 weken leeftijd, waarbij kittens met elkaar stoeien als een bezetene. Als ze piepklein zijn, is dit nog pijnloos, maar later, als een kitten een soortgenoot pijn doet, zal het spel stoppen of de tegenaanval worden inzet. Zo maken zij elkaar duidelijk waar de grens ligt en wordt hardhandig spelen afgeleerd. Kittens die om welke reden dan ook te vroeg van hun moeder en nestgenootjes worden gescheiden, hebben begrijpelijkerwijs een verhoogde kans op ongeremde spelagressie, omdat zij  geen goede spelvaardigheden hebben ontwikkeld. Dit gold ook voor onze sociaal onderontwikkelde Eddy, wist ik nu. 

Achteraf bezien had Eddy waarschijnlijk beter vanaf dag één een speelkameraadje moeten hebben. Maar misschien was het nog niet te laat. In veel gevallen kan bij spelagressie de komst van een tweede kat helpen het tij te keren. De tweede kitten kwam: Bertus de Bliksemafleider. Eddy was meteen laaiend enthousiast en nam Bertus te grazen wanneer hij kon. Maar Bertus sprak de kattentaal, die ik zo matig verstond. Bertus kroelde en stoeide, maar bovenal: Bertus beet terug! Binnen onafzienbare tijd werden zij beste vrinden. En eerlijk waar: vanaf de dag dat Bertus voet in huis zette, heeft Eddy mijn kuiten nooit meer aangeraakt.

Dierenarts Alexandra Bogerman 

Achter de schermen van de spoedknop.

juni 2021

Waargebeurde avond in mei. Ik ben dit keer ‘De Gelukkige’. Of ‘De Sjaak’, net hoe je ’t bekijkt. Dat betekent dat ik dienst heb. Iedereen die Dierenartsenpraktijk Texel belt, hoort een bandje met de woorden: “Wij zijn momenteel gesloten. Voor spoed: toets 1.” De Gelukkige Sjaak bevindt zich achter die 1, alle uren van de dag en nacht. Of dat verrassend, vermoeiend, verbazend, vervelend of verrukkelijk is, dat ‘achter die 1 zitten’, laten we voor vandaag in het midden. Waar ik deze keer eventjes bij stil wil staan, is de hamvraag: wat is spoed?

20:00 uur. Mevrouw aan de lijn. Spoedgeval! Net lekkere boswandeling gemaakt, wat denk je?! Hele hond onder de teken! De meeste naarlingen heeft mevrouw al verjaagd, maar één kriebelige parasiet zit vast. Of de hond iets aan tekenbestrijding krijgt? Nee, al dat vergif... De teken kunnen zich onbekommerd vastbijten in de hondenhuid. Ik leg uit hoe mevrouw de teek eenvoudig zelf kan verwijderen. Als ík het moet doen – nú, vanavond nog – wordt het namelijk een kostbare grap. Bovendien moet je je afvragen of het nodig is. Honden die de Lyme-bacterie oplopen, worden namelijk vrijwel nooit ziek. Dit in scherp contrast met mensen, die in 90% van de gevallen juist erg ziek worden. Ook zijn niet alle teken gevaarlijk. In Nederland is gemiddeld 20% van de teken besmet met de Lyme-bacterie. De teek moet bovendien minstens 16 tot 24 uur vastgezogen zitten voordat bacterie-overdracht plaatsvindt. Halen we de teek morgenochtend vroeg weg, dan zijn we dus nog ruim op tijd. Ik kan praten als Brugman, maar de teek moet en zal nú weg, alle argumentatie ten spijt. En zo geschiedde. De hond was superlief, merouw was superblij en ik had een goede daad verricht.

21.00 uur. Boer aan de lijn. Spoedgeval! Zijn koe heeft na het kalven niet alleen haar kalf, maar ook haar baarmoeder eruit geperst. De hele boel hangt als een bloedende tros binnestebuiten. Alarmbellen van de hoogste categorie; als de prolaps niet snel en veilig teruggesstopt wordt, betekent dit het einde van de koe. Op twee wielen door de bocht, alle wegomleidingen negerend, haast ik mij via de kortste route naar de boerderij om dit probleem te helpen oplossen.

22.00. Meneer aan de lijn. Spoedgeval! Langs de weg ligt een aangereden kat. Alle mogelijke scenario’s van verwondingen en behandelingen flitsen door mijn hoofd, maar dan zegt meneer: ‘Hij is overigens dood.’ Ik vertel meneer dat hij de kat bij de praktijkdeur mag leggen en dat wij zullen proberen de eigenaar te achterhalen.

23:00 uur. Boerin aan de lijn. Spoedgeval! Haar koe lijkt al enige uren te willen kalven, maar het kalf blijft alsmaar ver weg in de buik liggen, en er lijkt ook een gekke scheur in de baarmoeder voelbaar. Binnen een kwartiertje ben ik ter plaatse. De koe heeft een baarmoederdraaiing. Dit blokkeert de geboorteweg en belemmert de bloedsomloop in dit orgaan, waardoor de baarmoederwand heel bros kan worden. In dit geval heeft dat geleid tot de tragische pech dat de kalverpootjes dwars door de baarmoederwand hebben geboord en er nu een gigantische scheur in de baarmoederhals en ophangband zit, die niet meer te repareren valt. Ik verlos de koe van een levend kalfje, en laat haar daarna inslapen. Veehouders en ik voelen ons samen eventjes verslagen.

Wat ik hiermee zeggen wil? Bovenstaande is geen multiple choiche quiz. Soms is er maar één dienstavondje voor nodig om het meest juiste antwoord op de vraag: “Wat is spoed?” weer te herinneren. Het komt eigenlijk neer op dit: voor alles waarvan u denkt dat u ons NU nodig heeft, zijn wij ALTIJD aan de andere kant van de spoedknop.

Dierenarts Alexandra Bogerman 

Een script om van te smelten.

juli 2021

Het was in één woord flimisch. Het had Hollywood’s bedenksel kunnen zijn, want er ontbrak geen enkel theatraal ingrediënt. Er was een adorabele hoofdpersoon, drama, spanning, actie, liefde, een happy end én een vrouw in doorweekte kleren. In díé volgorde. De parkeerplaats van Dierenartsenpraktijk Texel vormde het pittoreske decor.

We maken allereerst kennis met de adorabele hoofdpersoon “Bruno”, een lieve tienjarige Berner Sennen-hond, die voor ‘t eerst van zijn leven mee op reis gaat naar idyllisch Texel. Bruno vindt dit reuzespannend, en hijgt er tijdens de urenlange autorit op los. Het drama ontvouwt zich. Eenmaal op de vakantiebestemming, waar de ontspanning had moeten beginnen, slaat hijgen over in benauwdheid, zelfs tot brakens toe. Bruno wordt slomer en minder aanspreekbaar. De avond valt en na enkele uren aankijken, vertrouwen zijn baasjes het niet meer en roepen mijn hulp in.

De spanning neemt toe. Wat heeft de normaal zo kerngezonde Bruno, die totdat hij voet aan Texelse wal zette, niets leek te mankeren?! Hij hijgt inmiddels de longen uit zijn lijf en in de spreekkamer ploft hij direct uitgeput neer. Alle concentratie heeft hij nodig om te ademen, hij heeft nergens anders oog voor. Ik voer het lichamelijk onderzoek uit. Wat blijkt? Bruno is kokend heet! Met rode slijmvliezen, gloedwarme oortjes en zoolkussens en een lichaamstemperatuur van bijna 43 graden, is hij levensgevaarlijk oververhit!

Eventjes wat feitjes om de impact van deze bevindingen te begrijpen: de normale lichaamstemperatuur van honden ligt tussen de 38,0 en 39,0 graden. Honden raken oververhit als hun temperatuur 41 graden of hoger is. In dit jaargetijde komt oververhitting bij honden helaas regelmatig voor. Het verschil met koorts is dat bij koorts de temperatuurstijging doelmatig door het lichaam wordt ingesteld om ontsteking te bestrijden. Bij oververhitting is hiervan geen sprake: het lichaam wíl juist graag afkoelen, maar dit lukt simpelweg niet. Honden kunnen niet zweten. Zij hebben verschillende trucjes om lichaamswarmte kwijt te raken, bijvoorbeeld op een koeler oppervlak gaan liggen, of hijgen, waarbij warmte verdampt via ademhaling. Maar extreem hijgen, zeker bij warm weer, kan voor zwelling en irritatie in keel en stembanden zorgen, wat de ademhaling juist bemoeilijkt. En hun bontjas (lees: vacht) trekken zij ook niet zomaar zelf uit! Bij langdurige oververhitting kunnen uiteindelijk hart, lever, hersenen, darmen en nieren beschadigd raken en het begeven.

Snel, actie! Bruno moet onmiddellijk gekoeld worden! Met zijn 44 kilo is hij te groot voor de ‘praktijkbadkuip’ en parkeer ik hem plompverloren buiten, op de parkeerplaats, om daar zijn vacht een uur lang te doordrenken met stromend, lauw water uit de tuinslang. Tussendoor controleer ik ieder kwartier zijn temparatuur. Hij krijgt een injectie prednison om de zwelling in zijn luchtwegen te verminderen, en ik leg een infuus aan om de shock en uitdroging te behandelen. Voor een extra Oscar-waardig effect stroomt deze avond de regen met bakken uit de hemel en dondert en bliksemt het van het onweer. Het voelt alsoof óók ik onder de tuinslang sta…

Bruno wordt non-stop omringd door bergen bezorgdheid en liefde van zijn baasjes. Langzaamaan komt hij weer bij zijn positieven. Koppie rechtop. Een hoog piepend blafje. Van enthousiasme, zo word mij verteld. Met een keurige lichaamstemperatuur van 38,5 graden keert Bruno uiteindelijk huiswaarts. Happy end!

Dan spullen opruimen, tuinslang oprollen, infuuspaal binnenrijden. Ik ril en merk: ik heb geen droge draad meer aan mijn lijf. Daar is ze, de vrouw in doorweekte kleren! Het verhaal van de oververhitte hond is veranderd in het verhaal van de onderkoelde dierenarts. Maar dan denk ik: ik heb een leven gered, en dat is toch vetcool!

Dierenarts Alexandra Bogerman

Een spijkerharde diagnose

mei 2021

De mens is een kieskeurige knager. Kleeft er een lange krulhaar in ons aardappelprakje? Centimeter voor centimeter verwijderen! Bijten wij op een mandarijnenpit? Spuug uit! Valt er een vlieg in de vla? Onmiddellijk eruit vissen! Graatje in de visstick? Eruit vissen! Die kieskeurigheid hebben wij gemeen met veel beestjes. Onze maffe honden en geiten daargelaten – dierensoorten die moedwillig in de meest oneetbare zaken nog iets culinairs menen te zien – zijn er weinig dieren die expres onverteerbare viezigheden opvreten. Per ongeluk iets geks doorslikken komt ook geregeld voor. Een vishaakje in de kattenkeel bijvoorbeeld, want oh, die verleidelijke vislucht! Kijk, dáár kan ik wel inkomen.

Wie ik niet begrijp, is de koe. Zij slikt scherp metaal door. Vlijmscherp, hard, knapperig roest…dat klinkt niet bepaald aantrekkelijk. Nee, de koe doet dat per ongeluk. Zij neemt een hap ruwvoer waar toevallig een scherp voorwerp in zit, meestal van ijzer (let wel: dit kunnen stukken van wel 10 centimeter lang zijn!), kauwt hier eens op en denkt waarschijnlijk: hmm, jammie, een krokante grasspriet! Want hop, het scherpe ding valt in haar netmaag.

Één zo’n stukkie ijzerdraad, in één zo’n enorme koe… kan dat kwaad? Ja! Het kan faliekant misgaan, en het doet zich regelmatig voor. Er is zelfs een eigen naam voor dit ziektebeeld: ‘scherp in’. Een verzamelnaam voor de vernielende orgaanschade die zo’n scherp voorwerp aanricht. Onlangs gebeurde dit bij drie van mijn patiënten.

De drie onfortuinlijke dames woonden op afzonderlijke melkveebedrijven. Hoewel zij verschilden in leeftijd en lactatiestadium, kregen zij alle drie soortgelijke, vage klachten: zakkende melkproductie, steeds minder vreten en herkauwen, sloomheid, uitdroging, ietwat verhoging en dan weer ietwat onderkoeling, stijf lopen, allemaal zonder eenduidige oorzaak. Uiteindelijk waren zij in korte tijd allemaal doodziek. Ondanks hun gestage, neerwaartse spiraal, bleven de dieren een black box: de symptomen werden talrijker en ernstiger, maar onderzoeken gaven geen uitsluitsel over een definitieve diagnose. Zij kregen alle beschikbare ondersteuning, van medicijnen tot een speciale maagmagneet die eventuele stukjes ijzer kan ‘vangen’, maar stierven alsnog, alle inspanningen ten spijt.

Het was uiterst frustrerend. Waarom haalden behandelingen niets uit? Wat zat hierachter?! Als rundveedierenarts moet je ermee leven dat je in veel ziektegevallen geen ‘100% diagnose’ hebt. Je behandelt daarom vaak op basis van een ‘waarschijnlijkheidsdiagnose’. Dat gaat meestal goed. Maar als de patiënt niet opknapt, heb je in de koeienstal niet dezelfde middelen tot je beschikking als in een ziekenhuis. Stop een koe maar eens onder een röntgenapparaat. Gaat niet. ‘Scherp in’ is een perfect voorbeeld van zo’n situatie: je vermoedt een scherp ijzertje als bron van alle ellende, maar zeker weten doe je ‘t pas als je de overleden patiënt binnenstebuiten keert, wat zelden gebeurt.

Toevallig werd op al deze dieren wél sectie verricht: in de eerste zat een spijker, in nummer twee stak een lang stuk staaldraad en nummer drie had snippers ijzer in haar maag als reusachtige hagelslag. De stukken metaal hadden zich door de maagwanden heen geboord en lukraak omliggende organen aangeprikt. Immense borst- en buikvliestonsteking was het gevolg; ineens was het méér dan begrijpelijk dat geen enkele behandeling soelaas bood. ‘Scherp in’ komt overigens steeds vaker voor: uit GD-onderzoek bleek onlangs dat het aantal koeien wat doodgaat door deze aandoening sinds 2015 bijna verdubbelde, tot ongeveer 10 procent. Bijna altijd blijkt rondslingerend bedrijfsafval de boosdoener.

Moet elke koe die ongelukkigerwijs metaal eet het dan altijd met de dood bekopen? Ik én mijn veehouders citeren nog dikwijls de wijze woorden van dierenarts Ton Domhof, in wiens voetsporen ik met trots heb mogen treden. Sta je naast een patiënt, krijg je geen zekerheid, maar vermoed je spijkers, schroeven, scherven en meer metalige meuk? Bedenk dan dit: “Als je ‘t niet weet, doe dan een magneet.”

Dierenarts Alexandra Bogerman