Columns

Dít is een leuke columnpatiënt!

april 2021

Ondertussen is het een flauw geintje geworden tussen boeren en mijzelf, dat af en toe tijdens het werk opduikt. Het script is als volgt. Boer en dierendokter buigen zich over een doodzieke patiënt, waarvan het maar zéér de vraag is óf en hóé het dier het probleem ooit te boven komt. De boer zegt: dít is een leuke columnpatiënt! (Hij praat zichzelf moed in.) De dierendokter zegt: alleen als ie het overleeft. (Zij stelt de verwachtingen wat bij.) De boer zegt: dan hoop ik maar dat jouw volgende column over dít dier gaat. (Hij houdt moed; wat moet hij anders?)

En zo geschiedde het dat ik op een koude, late avond in maart, gehuld in mijn waterdichte tuinbroek voor onfrisse karweitjes, bij zo’n kritieke patiënt stond. Wit, wollig, weeën en een walgelijke walm: mijn patiënt was een schaap in barensnood. Belangrijk detail: de bevalling was een paar dagen geleden al begonnen. In het geniep. Vandaar de ‘walgelijke walm’, want die geur hoort gelukkig niet bij normale bevallingen. Hier hoort een beetje uitleg bij: Verreweg de allermeeste bevallingen bij schapen verlopen natuurlijk uitstekend. Het resultaat daarvan huppelt momenteel in veelvoud in de weilanden en draagt bij aan het Texelse lentegevoel! Maar soms gaan dingen mis. Achter de schermen weliswaar. Dingen waarover je liever niet hoort, omdat de details te gruwelijk zijn, of omdat het zielig is, of onvoorstelbaar, vooral voor iedereen die iets minder bekend is met het boerenwerk.

Dit ging mis met mijn pluizige patiënt: nadat haar vliezen braken, had haar baarmoedermond zich niet voldoende ontsloten. Hierdoor zaten haar lammeren opgesloten en kwamen niet in het bekken, zodat persweeën uitbleven. Daarom viel zij in de kudde niet op; gedurende enkele dagen gedroeg zij zich precies zoals haar hoogdrachtige groepsgenoten. Totdat zij ineens ziek werd. En zo verraadde zij zich aan de boer. De lammeren in haar buik waren intussen gestorven als gevolg van de uitgestelde bevalling. Hun ontbinding in de baarmoeder had daarna gezorgd voor een immense baarmoederontsteking en shocktoestand van het schaap. Zij verkeerde in levensgevaar.

Hier kwam ik in het verhaal. Mijn opdracht: het schaap redden. Dat betekende allereerst half vergane lammeren lospeuteren, stukje voor stukje (lang leve de tuinbroek). De onsmakelijke klus slaagde wonderbaarlijk vlot. De boer kon er allemaal niet meer tegen en bleef op veilige afstand; hij werd er zo misselijk van, dat zijn kunstgebit tegen de hooibalen vloog. Het schaap was na afloop een treurig hoopje ellende. Ik diende haar antibiotica, pijnstillers en veel vocht met elektrolyten toe en legde de nabehandeling uit aan de veehouder. Haar overlevingskans was uiterst slecht.

Toch zei de boer: ‘Dít is een leuke columnpatiënt!’
Ik zei: ‘Alleen als ie het overleeft.’
De boer zei: ‘Dan hoop ik maar dat jouw volgende column over dít dier gaat. En vertel dan ook over mijn kunstgebit, dat tegen de hooibalen vloog!’

Natuurlijk heb ik getwijfeld of men zit te wachten op een vertelling van dit soort. Men kan hiervan kolhalzen, zich gepikeerd afvragen hoe het in vredesnaam mogelijk is dat dit met een dier gebeurt, mij betichten van smerige praatjes. Maar dit gebeurt. Heel zelden, het gebeurt. En nooit expres. En áls zoiets gebeurt, wordt er met man en macht aan gewerkt het tij te keren, het dier er bovenop te helpen. Door boeren én dierenartsen.

Het toeval wil dat heden ten dage, in één van die Texelse weilanden mijn witte wollige columnpatiënt loopt. In blakende gezondheid. Met een adoptie-lammetje aan haar zijde. Ik wil maar zeggen: de wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Dierenarts Alexandra Bogerman 

De koeienkoningin

februari 2021

Bijen hebben hun bijenkoningin, leeuwen hebben De Leeuwenkoning en wij hebben Máxima. Maar wist u dat er óók een ‘koeienkoningin’ bestaat? Wie denkt dat de boer zoveel koeien heeft dat hij ze niet individueel herkent en wie denkt dat koeien blij mogen zijn als zij op z’n minst een númmer krijgen, staat nu iets te leren: er zijn Texelse koeien met een náám. Ik heb het niet over de clichénamen zoals Bertha 84, of Clara 55. Nee, een weldoordachte, voor die ene koe uitgekozen naam. Omdat die koe net een tikkie specialer is. Dus toen ik op een avond de telefoon opnam en de veehouder zei: “Abelientje is ziek”, wist ik dat het menens was.

Abelientje, een roodbonte goedige melkkoe van 9 jaar, is eervol vernoemd naar boerenzoon Abe. Stiekem mogen we aannemen dat Abelientje gewoon Abe’s koe is, punt uit. Vroeger, toen Abe twee turven hoog was, nam hij met Abelientje deel aan de koeienkeuring. Dat schept een band! Inmiddels is Abe bijna twee meter hoog en is de band met zijn koe gewoon meegegroeid!

Abelientje zat aan de grond. Niet financieel, maar letterlijk; ze kon niet meer staan. Zij had een typische melkkoeienziekte, die ‘melkziekte’ heet. Rondom afkalven komt de melkproductie in vliegende vaart op gang. Hoe ouder de melkkoe, hoe sneller dit gaat. Hierbij is onder andere gigantisch veel calcium in het uier nodig. Dit wordt uit het lichaam van de koe gehaald, die dat op haar beurt weer aanvult uit haar botten en voeding. Maar hoe ouder de melkkoe, hoe trager dit gaat. Als calcium sneller naar het uier verdwijnt, dan dat de koe aanvult, ontstaat soms een tijdelijk calciumtekort in het bloed. Gelukkig is dit met juiste voeding bijna altijd te voorkómen, maar soms gaat het toch mis. Omdat calcium onmisbaar is voor spier- en zenuwfunctie, zak je met grote calciumtekorten simpelweg door je hoeven. Bij heel grote tekorten kun je zelfs niet meer rechtop zitten en stopt je hartspier, die zonder calcium niet kan pompen. Snelle actie is dus levensreddend!

Abelientje’s ziekte maakte haar kwetsbaar en haar pech verdubbelde, toen zij er ook nog eens uierontsteking bovenop kreeg. De veehouder had Abelientje direct goed behandeld met calciuminfusen en medicijnen tegen uierontsteking, maar na anderhalve dag stond zij helaas nog steeds niet en onderzocht ik haar. Ze zat rechtop, maar had ondertemperatuur en een stilgevallen maagdarmkanaal. Ook at zij mondjesmaat, wiebelde zij al liggend veel met haar achterpoten en knarsetandde soms van pijn.

Het is van levensbelang dat een melkziekte-patiënt binnen enkele uren overeind komt. Hoe langer zij ligt, hoe slechter haar kansen. Niet alleen ligt uierontsteking op de loer: door te lang liggen wordt de bloedsomploop in haar ledematen namelijk afgekneld door honderden kilo’s lichaamsgewicht en sterven spieren af, wat zeer doet. Ik nam bloed af om onder andere haar calciumwaarde en spierschade te meten. Wat bleek: haar calciumniveau was goed, maar haar spierschade was aanzienlijk en dáárdoor kon Abelientje nu niet staan: ze had slaapvoeten gekregen!

De veehouder kreeg huiswerk: de reeds ingezette behandeling werd uitgebreid, en hij takelde haar 1x per dag overeind en gaf haar achterpoten een watermassage om de bloedomloop te stimuleren. Haar kansen waren fifty-fifty, maar veehouder en Abe hielden vol! We bespraken dagelijks Abelientje’s voortkruipende voortgang. Aanvankelijk kon zij hooguit 10 minuten per dag staan, maar de daaropvolgende dagen stond zij steeds langer. Na een intensieve week van 'tender loving care' kreeg ik een bericht van de veehouder, waar ik heel blij van werd, dat luidde: “De koningin van de veestapel is er weer!” 

Dierenarts Alexandra Bogerman

We moeten even praten.

maart 2021

Het helpt als je niet bang bent voor dieren, bloed en andere geurige, kleurige lichaamsvloeistoffen. Je moet relevante vragen kunnen stellen aan mensen, vragen die je eigenlijk door dieren zélf zou willen laten beantwoorden. Je moet een lichamelijk onderzoek kunnen uitvoeren, kijken, voelen, luisteren, ruiken, géén detail over ‘t hoofd zien. Beslissingen durven nemen, stressbestendig zijn. Kleine apparaatjes kunnen hanteren, zoals de stethoscoop, of joekels zoals het röntgenapparaat. Je moet ziektebeelden herkennen, diagnoses stellen of weten wanneer je doorverwijst naar specialisten. Behandelmethodes kennen, doseringen berekenen en prognoses afgeven. Weten wanneer behandeling zinloos is. Dat alles én méér moet een dierenarts vanzelfsprekend allemaal kunnen. Maar het aller-, aller belangrijkste – en niet zelden het aller-, allerlastigste – is ‘kunnen communiceren’.

Nu schud ik met gemak 100 voorbeelden uit de mouw, die het belang van goed communiceren met diereigenaren illustreren. Maar ik belicht hier één geval in ‘t bijzonder. Een ernstig spoedgeval, wat in technisch opzicht voor uw dierenarts ‘een eitje’ is, maar in emotioneel opzicht behoorlijke impact heeft. Een spoedgeval waarbij je via de telefoon vaak het ziektebeeld al vermoedt, waarbij nauwelijks ingewikkelde vragen nodig zijn en de diagnose binnen 5 minuten gesteld is. De uitkomst vrijwel altijd de bedroevende zelfde... Het soort spoedgeval dat ik afgelopen maand twee keer trof en waarbij mijn grootste rol als dierenarts het ‘goed vertellen aan de eigenaar’ is.

De eigenaar belt geschrokken op omdat de kat – normaal altijd gezond, in de bloei van het leven – plots verlamd is aan één of beide achterpootjes, keihard krijst, paniekerig en benauwd is. Vaak treffen mensen hun kat zo thuis na de werkdag of nachtrust, en is onduidelijk wat eraan voorafging. Soms weten mensen echter zéker dat er absoluut niks gebeurd is, bijvoorbeeld omdat het poezenbeest lekker sliep toen alles begon.

De patiënt komt met spoed. In de spreekkamer stel ik een handvol vragen. Dan komt de kat op de behandeltafel. Het dier is enorm onrustig, hijgt, krijst, krabbelt met de voorpootjes weg, het achterlijfje erachteraan bungelend. De slijmvliezen zijn bleek, de hartslag torenhoog, de rectale temperatuur te laag, tekenen van (verkeers)trauma ontbreken. Het meest opvallende is het achterlijf. De achterpootjes hebben geen motoriek en gevoel en zijn steenkoud. Als ik in de teentjes knijp, heel hard, blijft reactie uit. De staart hangt slap en in de liezen is geen pols voelbaar. Bij katten met gewoonlijk roze zoolkussentjes zien we kleurverschil: voorpootjes hebben knalroze en de achterpootjes lijkbleke zoolkussentjes.

De eigenaar is bezorgd, maar hoopvol: als dit zómaar begon, kan dit ook zómaar stoppen?! Maar dit is wat de dierenarts weet: Wat de kat heeft, heet een trombo-embolie. Het betekent dat er een bloedprop vanuit het hart in de aorta is geschoten, en vastgelopen is op een T-splitsing; daar waar de aorta zich vertakt in twee grote bloedvaten naar de achterpoten. Hierdoor is bloedvoorziening naar het achterlijf acuut geblokkeerd, waardoor het achterliggend weefsel afsterft. Dit doet enorm veel pijn. Een behandeling is zelden ethisch verantwoord; de kans op volledig herstel is nul, de kans op gedeeltelijk herstel nihil, en daarbij traag en vergezeld van ondraaglijk lijden. Binnen zes maanden overlijdt 90% van de dieren alsnog door herhaling of onderliggend hartfalen. Direct inslapen is de enige reële optie.

Stelt u zich voor. De mensen hebben mij wellicht nooit eerder gezien. Ze vertrouwen hun dierbare huisdier aan mij toe, met gevoelens van onzekerheid, angst, maar ook hoop en vertrouwen. Luttele minuten na onze kennismaking wacht een keiharde, abrupte boodschap en onvermijdelijk afscheid van wat hen lief is.

Dit is waar het praten écht begint.
Er bestaat geen cursus voor.
Je kunt het maar één keer goed doen.
Oók dát, is ‘dierenarts zijn’.

Dierenarts Alexandra Bogerman 

Indy zet haar beste beentje voor!

januari 2021

Misschien frummelde u uw hond of kat een kerstmuts over zijn oren, voor een kekke kerstkaart? Of at u zich bomvol hertenbiefstuk en kerstkalkoen? Had u zo’n imposant rendier in de tuin, genaamd Rudolf, wiens LED-lampjes oplichtten in de duisternis? Had u soms een kerststalletje op het dressoir, met een os, ezeltje, wat schapen en drie kamelen? Een voltallige beestenboel schiet door mijn hoofd als ik terugdenk aan afgelopen feestmaand, maar als er één diersoort is die mij onherroepelijk in kerstsferen brengt, dan is dat… het konijn. Ik kan het ook niet helpen. ‘t Komt vast door Flappie.

En laat ik toevallig de eer en het genoegen hebben gehad een zeer STOER konijntje te mogen ontmoeten! Haar naam is Indy en hoewel haar verhaal gelukkig niet zo’n onfortuinlijke afloop kent als dat van konijnberoemdheid Flappie, is het zéker de moeite van het vertellen waard. Het is zelfs ‘kerstig’, met een beetje fantasie. 

Het was 9 december, 2020, ik weet het nog zo goed… Woensdagavond. De eigenaresse van Indy had na thuiskomst een alarmerende ontdekking gedaan: Indy – een kerngezond, lief compact konijntje van slechts anderhalve kilo en maarliefst 11,5 jaar oud! –  kon plotseling niet meer op haar linkerachterpootje staan. Ze zakte er dwars doorheen. Het leek verdacht veel op iets wat haar baasjes eerder meegemaakt hadden met haar. Het zou toch niet wéér…? En dat terwijl ze al zóveel had doorstaan, liet mevrouw doorschemeren.

Flashback. Benieuwd naar wat Indy in het verleden dan zoal voor haar kiezen had gekregen, nam ik haar patiëntenkaart door. Dat was niet niks! Al vóór haar tweede levensjaar was zij twee operatie-ervaringen rijker; een sterilisatie en blaassteenoperatie. Vele gezonde jaren volgden, waarna zij in 2016 als donderslag bij heldere hemel op onze behandeltafel belandde. Bij een ongelukkige missprong richting bankstel, was het bovenbeen van haar rechterachterpootje dwars doormidden gebroken. Bij konijnen kunnen botbreuken op die plaats niet gespalkt of gegipst worden. Operatief herstel met pinnen en plaatjes is kostbaar en niet altijd succesvol, omdat deze niet altijd stabiel blijven zitten vanwege de enorme spierkrachten in hun achterpootjes. Ook pootamputatie, wat bij andere diersoorten regelmatig betrouwbare uitkomst kan bieden bij botbreuken, is bij konijnen niet de voorkeursoptie. Feitelijk werd de therapie dus: rust en pijnbestrijding. Na wekenlang onafgebroken kooirust, pijnstillers en veel liefde en geduld, herstelde Indy wonderbaarlijk genoeg geleidelijk en geheel.

Opnieuw volgden gezonde jaren. Totdat Indy afgelopen zomer enorme buikpijn kreeg, amper at en bijna geen ontlasting meer maakte. Röntgenfoto’s toonden tekenen van verstopping van haar darmen, wat levensbedreigend kan zijn. Haar baasjes waren weken zoet met trouw dwangvoeren en medicijnen toedienen. Stukje bij beetje kroop Indy’s gezondheid vooruit, totdat zij óók deze darmverstopping roemrijk te boven kwam! 

Terug naar 9 december 2020. Waar ik eerder vooral veel schrikachtige konijnen had getroffen, was de omgang met Indy een welkome afwisseling. Ze was supermak en liet zich braaf onderzoeken. Haar achterpootje kraakte pijnlijk. Fotomodel Indy ging voor de zoveelste keer op een röntgenfoto en wat bleek: ze had precies dezelfde botbreuk als destijds, maar nu links. De verschrikkelijke pechvogel!

Indy maakt het nu vooralsnog goed. Wederom zonder gips, spalk, pin, plaat of ruige operaties. Als dierenarts wil je natuurlijk liefst iets dóén om een dier beter te maken. Niet afwachten, maar snel en actief een wezenlijk verschil kunnen maken. Waarom ik juist Indy’s verhaal zo inspirerend (ja, zelfs kerst-achtig) vind? Het laat glashelder zien dat soms weinig méér dan geloof, hoop en liefde nodig is, voor een prachtig resultaat!

Dierenarts Alexandra Bogerman