Columns

Lamgelegd in de schapentijd

april 2020

Soms was het best grappig, in het begin: opeens werden de saaie bleekwitte en vaalgroene mondkapjes die we gewoonlijk gebruiken, vervangen door uitbundig bedrukte mondkapjes vol boombladerenmotief! Het enige wat nog verkrijgbaar was, meldde de groothandel. Het bracht wat kleurrijke sjeu in onze operatiekamer!

Soms was het best irritant, in het begin: plots was medicijn A niet leverbaar, vervolgens medicijn B en, of dat niet onhandig genoeg was, ook medicijn C! Omdat landen om ons heen steeds meer “op slot” gingen, en zij de grondstoffen voor medicijnen leverden, zochten wij naarstig naar alternatieven om onze patiënten te kunnen blijven behandelen. Trots dat het elke keer weer lukte!

Soms was het best vertederend, in het begin: een veehouder vertelde mij dat het tegenwoordig zo gezellig was op de boerderij! Alle kinderen plus zijn vrouw waren overdag thuis, terwijl hij normaal alle dagen in zijn uppie tussen de beestenboel doorbracht.

Maar hoe langer ‘t duurde, hoe serieuzer ‘t werd. Deze Corona-vijand wist van geen ophouden! Gevoelens van humor, irritatie en vertedering maakten plaats voor verwarring en bezorgdheid. Lopen wij gevaar? En onze klanten? Hoe beschermen wij onszelf en elkaar? Moet de praktijk op slot? Doen we nog visites aan huis of kan dat niet meer? Stoppen we met vaccineren en medicijnen afgeven aan de balie? Voor hoelang dan? Kunnen we overal voldoende afstand bewaren, in de spreekkamers, in stallen en weilanden, op boerenerven?

Onze meningen botsten en soms dreven we uit elkaar, voordat we elkaar weer vonden. Er werden maatregelen afgekondigd op onze website en op posters in het pand. Eerst voorzichtig en onwennig, langzaamaan steeds strenger, op overheidsadvies. Onze praktijk veranderde in rap tempo in een Middeleeuws fort; alleen de ophaalbrug ontbrak. Onze praktijkdeur hangt nu vol pamfletten met onze “Corona-werkwijze”. De zoete inval van klanten die langskwamen om hun dier te wegen, medicijnen of voer af te halen, een vraag te stellen, een kaartje of taartje als bedankje te brengen, is voorbij. Alleen op afspraak komt men nog, mondjesmaat, men is terughoudend. Onze balie, waar huisdiereigenaren en veehouders altijd welkom waren voor advies en een kletspraatje, is nu afgeschermd met doorzichtige plastic schermen.

Stagiaires zijn weg. Collega’s lopen met grote bogen om elkaar heen. Dierenartsen doen hun administratie thuis, alleen. De humane gezondheidszorg doet navraag naar ons beademingsapparaat, een vreemde gewaarwording. In enkele weken tijd is onze normaal zo drukgevulde agenda verbrokkeld tot een gatenkaas. We behandelen uitsluitend nog zieke dieren en spoedgevallen. In de kliniek heerst overwegend de stilte. Onwerkelijk....

Natuurlijk heb ik getwijfeld: te midden van alle berichtgeving, moet óók dít epistel wéér over Corona gaan?! Tja, dat moet. Op een lollige wijze over een spannende, willekeurige patiënt schrijven, voelde als het negeren van een grote olifant in de kamer. De lente én schapentijd, één van de drukste maar vrolijkste tijden van het jaar, is verworden tot een beklemmende, onzekere periode, waarin bijna alles is lamgelegd. Op het werk én thuis.

Ik zeg “bijna”, want gelukkig is daar mijn medemens: de boer. Buiten gaat het werk onverminderd door, onze boeren staan immers aan het begin van de levensmiddelenindustrie. Zonder boeren viel er nu eenmaal niks te hamsteren. Dagelijks merk ik dat zij degenen zijn die mij in dit tumult weer met beide benen op de grond zetten.

En op mijn vraag of zij zich rot voelen, antwoorden de meesten: “Och nee hoor, Alex! Als boer, zo alleen in die stal, ben je toch altijd al een beetje in quarantaine?!”

Dierenarts Alexandra Bogerman 

Mag het en klauwtje minder?

maart 2020

2020 is nog jong, maar mijn eerste goede voornemens zijn allang gesneuveld. Iedere jaarwisseling beloof ik mijzelf een nieuwe, verbeterde versie van mijzelf te worden. Herkenbaar? Variërend van het afgezaagde ‘gezonder eten’ en ‘vaker sporten’ tot aan ‘zal ik dierenarts in Australië worden en koalaberen opereren’? Altijd voordat januari goed en wel voorbij is, verzoen ik mij als vanouds met mijn pizza-liefde, avondjes bankhangen en het opereren van minder sensationele diersoorten. Dieren zoals Manke Marie.

Manke Marie was een prachtige Holstein melkkoe die in 2009 als ‘Marie’ geboren werd. Jarenlang huppelde zij onopgemerkt tussen de koppel, werd keurig op tijd drachtig, gaf bergen melk en zag er tip-top uit. Opeens werd zij mank. En dat ging maar niet over. Herhaaldelijk onderging zij een pedicure bij de klauwbekapper, maar ondanks bekappen, zalfjes en medicijnen bleef haar kreupelheid onverminderd hardnekkig. Teenpuntnecrose was haar diagnose; een heel pijnlijke, bacteriële ontsteking van de hoef. Van de buitenkant zie je meestal slechts een klein, stinkend gaatje. Vanbinnen wordt de teenpunt tot en met het bot weggevreten. Koeien kunnen dit oplopen na uitgebreide schade aan de hoef, zoals een klauwbreuk of heftige infectie. Manke Marie bracht haar dagen inmiddels hinkend door, werd dunner en gaf steeds minder melk. Haar wachtte binnenkort de slacht.

Totdat ik haar in 2015 tot mijn patiënt mocht bombarderen. Ik werkte kort als dierenarts en popelde om kennis uit mijn recent gevolgde cursus ‘klauwamputatie’ in de praktijk te brengen. Niet alle dierenartsen voeren klauwamputaties uit en ook op Texel leek dit onbekend terrein, dus u kunt zich voorstellen dat menig boer niet meteen stond te springen toen ik voorstelde zieke klauwen bij hun necrosekoeien te verwijderen. Operatie! Met een mes! Tóch is dit voor deze dieren hun enige kans op een pijnvrij leven.

De veehouders van Manke Marie wilden de gok gelukkig wagen en zo werd zij mijn allereerste proefkonijn. Onder lokale verdoving van de ondervoet amputeerde ik de aangetaste klauw en hechtte een huidflap over het stompje. Manke Marie kreeg antibiotica en pijnstillers en ik wisselde om de paar dagen haar verband. Het duurde niet lang of Marie’s mankheid verdween compleet en zij was weer als nieuw. Pas vorig jaar, op een respectabele leeftijd van 10 jaar oud, vele kalfjes en liters melk later, verliet zij op één klauwtje minder het bedrijf.

Ná het Manke Marie-experiment, heb ik de ingreep slechts op een handjevol bedrijven uitgevoerd. Soms met groot succes, maar soms ook niet. Het blijft immers een ingrijpende operatie aan een essentieel lichaamsdeel, uitgevoerd in een stal die niet zo schoon is als een operatiekamer. Infectie ligt op de loer en is soms moeizaam te bestrijden!
En eindelijk…na lange tijd diende zich onlangs weer zo’n patiënt aan: ‘Kreupele Kelly’! Met enthousiaste veehouders en klauwbekappers aan mijn zijde, zette ik het mes in Kelly en amputeerde haar pijnlijke klauw. We hielden haar wekenlang scherp in de gaten, en zagen Kelly steeds vlotter tussen haar soortgenoten wandelen! Kort geleden is zij geinsemineerd en hopelijk brengt zij over 9 maanden een kalfje ter wereld! Het gaat nu zo goed met Kelly, dat zij mag blijven!

Persoonlijke levensles? In een ‘nieuw leven leiden’ blink ik niet bepaald uit, maar als dierendokters kunnen wij soms wel degelijk een ‘nieuw leven schenken’. Eerlijk gezegd is dat voor mij meer dan genoeg.

Dierenarts Alexandra Bogerman 

De dwarsligger

januari 2020

Afgelopen decembermaand, een willekeurige opsomming van de inhoud van mijn voorraadkast: bonbons, krentenbrood met spijs, kerstkransjes, kaasvlinders, oliebollen, suikerpinda’s, gevulde speculaas en, oh ja, prei en paprika’s . U snapt, de lekkernijen schreeuwden om aandacht. Conclusie: ik at veel te veel (en ‘t was geen prei of paprika’s).

Terwijl ik mij volpropte, maakte een melkveehouder zich laatst zorgen om te weinig eetlust. Niet bij zichzelf, maar bij zijn koe. Want hoewel een mollige melkkoe niet ideaal is, is een vermagerende melkkoe vaak erger. 

Koeien hebben vier magen. De eerste, de pens, is een joekel met een inhoud van 150 tot 200 liter. Het bevat een voedselbrij van ruim 100 kg! Ter vergelijk: een gemiddelde koe weegt 600 kilo! Koeien eten doorgaans vrij gezond. Het grootste deel van hun dieet bestaat uit ‘lekker veel groente’, namelijk kuilgras en mais. Als een koe dagenlang veel te weinig eet, bijvoorbeeld omdat zij zich ziek voelt, dan wordt die enorme pens steeds kleiner, en ontstaat er heel veel ruimte in haar buik. Eén orgaan in het bijzonder kan niet omgaan met al die bewegingsvrijheid en fladdert dan soms alle kanten op. Dat is de lebmaag, de vierde en laatste koeienmaag. Normaal ligt de lebmaag keurig plat op de buikbodem, maar eenmaal aan ‘t dwarrelen, kan dit orgaan zich naar links of rechts verplaatsen en daar dwars blijven liggen, als een gassige ballon.

En zo’n dwarse lebmaag zit een koe letterlijk en figuurlijk dwars! Veruit de meeste dieren zijn plotseling behoorlijk ziek zodra die lebmaag scheef zit: zij eten geen hap, geven amper melk, hebben buikpijn en raken uitgedroogd. Enkele dieren vertonen slechts milde klachten: beetje sloom, mondjesmaat eten, beetje minder melk, rare mest en langzaam vermageren. Kortom: dieren zoals koe Helma, die ik op een ochtend onderzocht.
“Wat is er aan de hand?,” vroeg ik de veehouder, die altijd goed oplet en het beste met zijn dieren voorheeft.
“Beetje sloom, mondjesmaat eten, beetje minder melk, rare mest, langzaam vermageren….tja, dat is het wel” zei de veehouder.
Ik stelde een lebmaagdraaiing naar links vast. Haar maag zat scheef genoeg om last van te hebben, maar niet zo scheef dat ze er acuut doodziek van werd. Zodoende liep ze er al een tijdje mee rond.

We besloten haar te opereren, de meest succesvolle manier om het probleem blijvend te verhelpen. Tijdens deze operatie, die overigens gewoon in de stal gebeurt, staat de koe vast, wordt de operatieplek grondig gewassen, geschoren en gedesinfecteerd, en wordt onder lokale verdoving een snee ter grootte van mijn biceps (een klein sneetje dus) in haar flank gemaakt. Gehuld in steriele operatieoutfit, pakte ik de lebmaag, drukte het gas eruit, en hechtte de lebmaag vast op de plek waar hij thuishoort. Daarna maakte ik de wond dicht, en kreeg de koe naast haar antibioticakuur en pijnstillers, een ‘smoothie’ van liters water, zouten en gisten, om de pens weer te vullen en activeren. Tegen kerstmis was Helma weer de oude, en de rest van de feestmaand heeft zij zich net zo volgepropt als ik!
Ik wens Helma én u allen, een gelukkig en gezond Nieuwjaar toe!

Dierenarts Alexandra Bogerman

De heldin en haar tijger

februari 2020

Dierenartsen zijn helden. Ik merk geregeld dat men zich voorstelt dat ik van het ene noodgeval naar het andere race, de ene levensreddende daad na de andere verricht, en eigenaren verblijdt met mijn betrokkenheid en kundigheid. Bloedingen stelpen, geboortes begeleiden, operaties uitvoeren en gewichtige diagnoses stellen bij honden, katten, koeien, schapen, konijnen, paarden, vogels, zelfs bij zeehonden. Wie wil dat nou niet? Heldhaftig zijn, zeven dagen per week. Ik zou natuurlijk wel gek zijn dit imago te ontkrachten! Nee, ik doe er liever nog een schepje bovenop: laatst had ik een wel zeer sensationele patiënt….Een tijger!

Geen huis-tuin-en-keuken tijger, maar een enorm imponerende. Ik sloot mijzelf dagenlang met hem op in de praktijk om hem te temmen. Werkdag in, werkdag uit hield ik mij ermee bezig, ik kwam bijna nergens anders meer aan toe! Ik werd opgejaagd door een strakke deadline, een strenge controleur zou spoedig komen checken hoe ‘t er voorstond met mijn tijger. Ik moet schoorvoetend toegeven…. er was geen moer aan! U denkt: hoe kan dat verwende nest het saai vinden om met zo’n grote pluizige, geelzwartgestreepte tijger te werken?! Maar feit is: dit exemplaar was niet pluizig of gestreept, dit was een “papieren tijger”.

Flauw ben ik, zeg! U hoopte op een zenuwslopend verhaal over échte tijgers! Maar de onderbelichte waarheid is: het uitvoeren van bergen administratie, liefkozend mijn “papieren tijger” genoemd, beslaat maarliefst de helft van mijn dagelijks werk! En afgelopen maand kwam de jaarlijkse inspectie langs. Wettelijk verplicht. Als men een foutje vindt, krijg ik een standje, beloof ik plechtig verbetering en moet zo spoedig mogelijk bewijs opsturen. Doe ik dat niet, dan mag ik mijn werk als koeiendokter niet uitvoeren. Het klinkt te klaaglijk om de hele controle te beschrijven, maar ik wilde u een kleine glimp niet onthouden. Want naast simpele zaken, zoals onze diploma’s, certificaten, teksten op medicijnetiketjes, visitebrieven en facturen, wordt er nog veel meer bekeken: Contracten tussen ons en de koeienboeren; géén contract betekent géén medicijnen mogen voorschrijven. Grappig detail, het heet officieel geen contract, maar één-op-één-relatie. Ik heb zodoende met half agrarisch Texel een één-op-één-relatie, en dát zeggen weinig vrouwen mij na. Onze medicijnvoorraad; van elk flesje, zalfje en pilletje wat ooit bij ons binnenkomt, moet worden verklaard waar het naartoe gaat. Gezondheidsplannen; minstens één keer per kalenderjaar hebben alle koeienboeren een gesprek met hun dierenarts over diergezondheid, dierwelzijn en medicijngebruik op hun bedrijf. Alles wat niet goed gaat, moet ik opschrijven. Plus waarom het niet goed gaat en wat er moet verbeteren. Ook als alles wel goed gaat, moet ik opschrijven dat het goed gaat. Plus waarom het goed gaat en hoe de boer ervoor zorgt dat het goed blijft gaan.

Behandelplannen voor veehouders; van alle veelvoorkomende dierziekten moet ik jaarlijks vermelden welk medicijn veehouders moeten gebruiken. Zijn medicijnenen niet leverbaar omdat de grondstof uit, pak ‘m beet, Japan niet leverbaar is, dan moet het ‘plan’ tussentijds worden aangepast.

En vergeet vooral de handtekenignen niet. Alles altijd netjes ondertekenen, elke relatie, elk plan, elk papiertje! Een papieren tijger gaat tenslotte dood zonder handtekeningen!

Ging de mijne dood? Nee, deze patiënt kende een gelukkige afloop, de inspectie vond mijn papieren tijger topfit! Maar vraagt u mij wat ik liever doe? Laat mij dan maar de heldin uithangen met écht pluizige beesten!

Dierenarts Alexandra Bogerman

De noodlottige versiertruc

december 2019

Ik stel me voor dat het zó ging, de noodlottige versiertruc van mijn patiënt. Hij kon er niets aan doen: ‘t was de natuur! Hij zag een aantrekkelijk vrouwtje en wilde haar versieren. Toen dat lukte, wilde hij met haar paren. Maar voordat dát goed en wel lukte, werd de liefde ruw verstoord door een stokstaartje, met een vijandige aanval van opzij. Zo snel als hij kon, probeerde hij te vluchten, maar….snelheid was helaas niet zijn specialiteit. Hij was een landschildpad. En zo gebeurde het dat zijn eigenaar mij in een weekend opbelde met een exotisch verhaal, wat hierop neerkwam:
“Ik heb een landschildpad, hij is tijdens het paren aangevallen door een stokstaartje en nu is zijn penis aangevreten en moet waarschijnlijk geamputeerd worden.”

Dit was wat ik allemaal dacht: Penisamputatie?! Is dit een grapje? Dat venijnige stokstaartje! Waarom doet hij dat in vredesnaam? En in ‘t weekend notabene?! Nu zit ík ermee, terwijl ik geen verstand heb van schildpadden! 

Geen charmante gedachten, maar … de waarheid. De enige schildpad die ik tot dat moment ooit op spreekuur had gehad, kwam voor oorontsteking, maar weigerde hardnekkig zijn kop uit zijn schild te toveren. Veel schildpadkennis had mij dat dus niet opgeleverd.
“Krijgen we die penis er wel uit, vanonder dat schild?,” vroeg ik daarom voorzichtig.
“Hij hangt er aan flarden achter, dus hij lijkt goed bereikbaar,” was de strekking van het antwoord.

Ik stelde voor de eigenaar door te sturen naar een specialistenkliniek, waarvan er enkele zijn in Nederland. Het eerste juiste om te doen als dierenarts, als de diersoort in kwestie niet onder je expertise valt. We bespraken de opties, kosten en risico’s, maar uiteindelijk koos de eigenaar voor een behandeling op Texel. Bij mij dus. Donders. Dan gingen we er maar het beste van maken!

Ik besteedde urenlang aan de voorbereiding. Ik stuurde foto’s van de verwonde edele delen van mijn patiënt rond en overlegde met collega’s en dierenartsvrienden (die wellicht opgelucht waren dat dit hen niet overkwam en bovendien dachten dat ik de lolbroek uithing) en specialisten in de schildpaddengezondheidszorg (die dit een doodnormale zaak vonden). Ik las toegestuurde instructies over de diersoort, de verdoving, de operatie. Ik maakte van mijzelf een ‘homemade’ landschildpaddenpenisamputatie-expert voor 1 dag. Je moet toch wát in je weekenddienst….
Ik leerde die dag veel. Wat bleek? Landschildpadden plassen niet met hun penis, ze gebruiken hem alleen voor voortplanting! Je kunt hem veilig amputeren, zonder gevaar voor de plasbuis! 

De schildpad onderging de behandeling lijdzaam. Hij was absoluut zwaar toegetakeld. Ik verdoofde hem, spoelde zijn wonden, verwijderde nauwkeurig zijn hele penis (of wat daar nog van over was), en hechtte alles zorgvuldig dicht. Hij kreeg pijnstillers en antibiotica mee. En een contactverbod met stokstaartjes. De dagen daarna wachtte ik in spanning af en hield regelmatig contact met de eigenaar. Genas de wond goed en zonder infecties? Hervond hij zijn eetlust? Kon hij nog plassen en poepen? Ik was opgelucht te horen dat dit wonderlijke ongeluk een even wonderlijke afloop kreeg: de schildpad herstelde helemaal! 

En als men mij vraagt: ‘wat is het gekste wat je ooit gedaan hebt als dierenarts?’….. Nou, dan weet u voortaan mijn antwoord wel!  

Dierenarts Alexandra Bogerman