Columns

Eten fijn, voetjes pijn!

juni 2020

Laten we ons eens blootstellen aan de verbeeldingskracht. Voordat we beginnen moet ik zeggen: ik ben gewoonlijk géén voorstander van het vermenselijken van dieren. Maar omdat zelfs ik mijzelf met regelmaat betrap op een kirrend “Kom eens bij mama!” jegens mijn katten (ja heus), denk ik dat dit experimentje voor één keer door de beugel kan…

Beeldt u zich het volgende in: u bent dol op patat! Dikke friet, dunne friet, in airfryer of bakvet, ‘t maakt u niks uit. Liefst alle dagen! Smakelijker nog met klodders saus en vette snacks! Jarenlang propt u zich plezierig vol. Maar dan merkt u dit: telkens als u veel patat eet, krijgt u ontstekingen onder al uw teennagels. Hete, kloppende voeten, dat doet zeer! Tot overmaat van ramp proberen de botjes in uw voeten zich een weg naar buiten te wurmen via uw voetzolen. Nog erger: dit wordt waarschijnlijk een levenslang probleem. Au zeg!

Einde verbeelding, terug naar de feiten. Want hoewel bovenstaande lachwekkend belachelijk klinkt, is dit ziektebeeld voor veel pony’s een feit. Vooral in de lente, als het gras lekker snel groeit en veel suikers bevat. Deze ziekte, die meestal veroorzaakt wordt door een stofwisselingsstoornis, al dan niet in combinatie met teveel suikers in het dieet, heet ‘hoefbevangenheid’. Het is een ontsteking tussen de hoefwand (ofwel nagel) en het hoefbot. Als zo’n ontsteking niet onmiddellijk geremd wordt, bestaat er kans dat het hoefbot na verloop van tijd steeds verder kantelt richting voetzool, wat – u kunt het zich nu inbeelden - extreem pijnlijk is. De ziekte is weliswaar niet acuut dodelijk, maar kan hierdoor op den duur wel levensbedreigend zijn. Alle dagen pijn en niet of nauwelijks kunnen lopen, is tenslotte niet met een paardenleven verenigbaar.

Ondanks dat Texel inmiddels snakt naar regenbuien, groeide er wel degelijk gras, en zagen onze dierenartsen ook dit gortdroge voorjaar pony’s die stokkreupel werden na maaltijden van teveel vers gras. Eén van mijn patiënten was Jitse, een hoogbejaarde shetlander. Jitse was dol op gras, maar door een onderliggende stofwisselingsziekte was hij extra gevoelig voor hoefbevangenheid! Jitse’s eigenaren herkenden zijn symptomen: jaarlijks was Jitse plots dagenlang kreupel en niet blij. Normaal ebde de kreupelheid vanzelf weg zodra hij op rantsoen ging. Nu niet.

Na weken op droog hooi en water liep Jitse nog steeds ‘op eieren’. ‘t Liefst liep hij helemaal niet! De eigenaren vroegen zich af: is het leven nog wel leuk voor Jitse? Als hij van pijn geen stap verzet? Als hij moet missen waar hij ’t meest van houdt: mals gras?

De behandeling van hoefbevangenheid heeft veel voeten in aarde, maar de eigenaren gaven de hoop nog niet op. Allereerst kreeg Jitse ontstekingsremmers en bloedverdunners, om de ontsteking en pijn te helpen stoppen. Verder werden zijn warme ontstoken hoeven dagelijks gekoeld met water en nat zand. Wie ook van onschatbare waarde zijn bij de behandeling van hoefbevangen pony’s, zijn hoefsmeden. Met vaak bekappen en soms een speciaal hoefbeslag, hebben zij onmisbare invloed op het herstel! Wist u dat er zelfs schoenen bestaan voor paarden, die het leven voor chronisch bevangen dieren stukken aangenamer kunnen maken? En als dat bij deze patiënt allemaal niet werkt, kan een röntgenfoto van de hoeven verduidelijking geven over hoe erg de hoefbotjes gekanteld zijn.

En Jitse? Die vond alles best. Maar bij mijn laatste advies had hij zijn bedenkingen: levenslang beperkt eten van patat! Oh nee, gras!

Dierenarts Alexandra Bogerman 

Alles of niets

mei 2020

Het was bijna bedtijd. Ik had dienst en begon al te gapen toen een man opbelde in lichte paniek. Zijn hond was patsboem ingestort. Zojuist nog een blokje om geweest, geen vuiltje aan de lucht….en nu zakte hij in elkaar! Ze kwamen direct naar de praktijk. De hond bleek er hopeloos aan toe; lijkbleek, benauwd en met vreselijke buikpijn. “Doet u alstublieft alles wat u kunt! Hij is mijn beste vriend!” Haasje, repje ging ik te werk: lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, infusen, buikpunctie en uitgebreid overleggen met meneer. De hond was stervende, dat was overduidelijk. Massale buikbloeding. Hij zakte langzaam in coma. “Is er niets wat we kunnen doen? Maakt niet uit wat het kost!” “Ik vrees van niet.” En ik schoof de man de doos tissues toe.

Het inslapen volgde. Daarna tijd nemen voor de diepbedroefde eigenaar, duidelijk uitleggen, troosten naderhand…. Tot slot de onvermijdelijke vraag, waar niemand op zit te wachten als zijn hond – een dierbare – nog warm op tafel ligt. “Wat wilt u met Boris doen?” De opties uitleggen. Een crematie kan absoluut, meneer. Dat kost aardig wat. Toch liever niet? Nee klopt, Boris merkt er niks van. Tja, dan heb je nog de optie ‘begraven’, hoewel dat eigenlijk niet mag. Of ik u al een gat zie spitten voor een hond van zesenveertig kilo? Ik niet, maar mensen hebben er soms veel voor over. Nee, zonder tuin zou ik daar ook niet voor kiezen. Laatste optie: u laat Boris hier bij ons. Wat er dan gebeurt? Ook een soort crematie, maar met heel veel dieren bij elkaar. Of dat netjes gebeurt? Uhm, ‘netjes’ is misschien niet het woord wat dit het beste omschrijft. Het gebeurt. Feitelijk wordt Boris met andere overleden dieren opgehaald, en naar een groot soort crematorium gebracht. Nee, eerbiedig zou ik het niet noemen. Wel praktisch en betaalbaar.

Meneer dacht lang na. Hij koos ervoor om Boris hier te laten. “Dag Boris,” zei hij. We namen afscheid. Nu nog het patiëntendossier invullen, neertypen hoe het Boris het afgelopen uur was vergaan, de spreekkamer schoonmaken. Gapend knipte ik de praktijklichten uit. Het was ver ná bedtijd.

De telefoon ging opnieuw. Een doodkalme meneer. “Mijn kat is net aangereden, hij ademt gek. Ken ik effe komen?” Ze waren snel op de praktijk. Vlug keek ik het dier van kop tot staart na.
“Ik voel geen breuken en zijn reflexen doen het nog, dat is gunstig. Hij is erg benauwd en inwendig letsel is niet uit te sluiten. We kunnen hem vannacht opnemen in onze zuurstofkooi, infuus en pijnstilling geven totdat hij stabiliseert. Daarna eventueel verder onderzoek. Ik kan niet garanderen dat het goedkomt, maar er is een kans. De andere optie is inslapen.”
“Geen garantie? Daar begin ik niet aan, al die poespas! Vast stervensduur en ook nog een dooie kat. Geef maar een spuitje.”
“Weet u het zeker?” De man knikte zonder een traan te laten.
“Oké, ik vertel u hoe het gaat.”
“Mens, doe niet zo mal, ’t is maar een kat hoor! En ik hoef er toch niet bij te wezen hѐ? Hou hem maar hier na afloop. Fijne avond!”

Dierenarts Alexandra Bogerman

Mag het een klauwtje minder?

maart 2020

2020 is nog jong, maar mijn eerste goede voornemens zijn allang gesneuveld. Iedere jaarwisseling beloof ik mijzelf een nieuwe, verbeterde versie van mijzelf te worden. Herkenbaar? Variërend van het afgezaagde ‘gezonder eten’ en ‘vaker sporten’ tot aan ‘zal ik dierenarts in Australië worden en koalaberen opereren’? Altijd voordat januari goed en wel voorbij is, verzoen ik mij als vanouds met mijn pizza-liefde, avondjes bankhangen en het opereren van minder sensationele diersoorten. Dieren zoals Manke Marie.

Manke Marie was een prachtige Holstein melkkoe die in 2009 als ‘Marie’ geboren werd. Jarenlang huppelde zij onopgemerkt tussen de koppel, werd keurig op tijd drachtig, gaf bergen melk en zag er tip-top uit. Opeens werd zij mank. En dat ging maar niet over. Herhaaldelijk onderging zij een pedicure bij de klauwbekapper, maar ondanks bekappen, zalfjes en medicijnen bleef haar kreupelheid onverminderd hardnekkig. Teenpuntnecrose was haar diagnose; een heel pijnlijke, bacteriële ontsteking van de hoef. Van de buitenkant zie je meestal slechts een klein, stinkend gaatje. Vanbinnen wordt de teenpunt tot en met het bot weggevreten. Koeien kunnen dit oplopen na uitgebreide schade aan de hoef, zoals een klauwbreuk of heftige infectie. Manke Marie bracht haar dagen inmiddels hinkend door, werd dunner en gaf steeds minder melk. Haar wachtte binnenkort de slacht.

Totdat ik haar in 2015 tot mijn patiënt mocht bombarderen. Ik werkte kort als dierenarts en popelde om kennis uit mijn recent gevolgde cursus ‘klauwamputatie’ in de praktijk te brengen. Niet alle dierenartsen voeren klauwamputaties uit en ook op Texel leek dit onbekend terrein, dus u kunt zich voorstellen dat menig boer niet meteen stond te springen toen ik voorstelde zieke klauwen bij hun necrosekoeien te verwijderen. Operatie! Met een mes! Tóch is dit voor deze dieren hun enige kans op een pijnvrij leven.

De veehouders van Manke Marie wilden de gok gelukkig wagen en zo werd zij mijn allereerste proefkonijn. Onder lokale verdoving van de ondervoet amputeerde ik de aangetaste klauw en hechtte een huidflap over het stompje. Manke Marie kreeg antibiotica en pijnstillers en ik wisselde om de paar dagen haar verband. Het duurde niet lang of Marie’s mankheid verdween compleet en zij was weer als nieuw. Pas vorig jaar, op een respectabele leeftijd van 10 jaar oud, vele kalfjes en liters melk later, verliet zij op één klauwtje minder het bedrijf.

Ná het Manke Marie-experiment, heb ik de ingreep slechts op een handjevol bedrijven uitgevoerd. Soms met groot succes, maar soms ook niet. Het blijft immers een ingrijpende operatie aan een essentieel lichaamsdeel, uitgevoerd in een stal die niet zo schoon is als een operatiekamer. Infectie ligt op de loer en is soms moeizaam te bestrijden!
En eindelijk…na lange tijd diende zich onlangs weer zo’n patiënt aan: ‘Kreupele Kelly’! Met enthousiaste veehouders en klauwbekappers aan mijn zijde, zette ik het mes in Kelly en amputeerde haar pijnlijke klauw. We hielden haar wekenlang scherp in de gaten, en zagen Kelly steeds vlotter tussen haar soortgenoten wandelen! Kort geleden is zij geinsemineerd en hopelijk brengt zij over 9 maanden een kalfje ter wereld! Het gaat nu zo goed met Kelly, dat zij mag blijven!

Persoonlijke levensles? In een ‘nieuw leven leiden’ blink ik niet bepaald uit, maar als dierendokters kunnen wij soms wel degelijk een ‘nieuw leven schenken’. Eerlijk gezegd is dat voor mij meer dan genoeg.

Dierenarts Alexandra Bogerman 

Lamgelegd in de schapentijd

april 2020

Soms was het best grappig, in het begin: opeens werden de saaie bleekwitte en vaalgroene mondkapjes die we gewoonlijk gebruiken, vervangen door uitbundig bedrukte mondkapjes vol boombladerenmotief! Het enige wat nog verkrijgbaar was, meldde de groothandel. Het bracht wat kleurrijke sjeu in onze operatiekamer!

Soms was het best irritant, in het begin: plots was medicijn A niet leverbaar, vervolgens medicijn B en, of dat niet onhandig genoeg was, ook medicijn C! Omdat landen om ons heen steeds meer “op slot” gingen, en zij de grondstoffen voor medicijnen leverden, zochten wij naarstig naar alternatieven om onze patiënten te kunnen blijven behandelen. Trots dat het elke keer weer lukte!

Soms was het best vertederend, in het begin: een veehouder vertelde mij dat het tegenwoordig zo gezellig was op de boerderij! Alle kinderen plus zijn vrouw waren overdag thuis, terwijl hij normaal alle dagen in zijn uppie tussen de beestenboel doorbracht.

Maar hoe langer ‘t duurde, hoe serieuzer ‘t werd. Deze Corona-vijand wist van geen ophouden! Gevoelens van humor, irritatie en vertedering maakten plaats voor verwarring en bezorgdheid. Lopen wij gevaar? En onze klanten? Hoe beschermen wij onszelf en elkaar? Moet de praktijk op slot? Doen we nog visites aan huis of kan dat niet meer? Stoppen we met vaccineren en medicijnen afgeven aan de balie? Voor hoelang dan? Kunnen we overal voldoende afstand bewaren, in de spreekkamers, in stallen en weilanden, op boerenerven?

Onze meningen botsten en soms dreven we uit elkaar, voordat we elkaar weer vonden. Er werden maatregelen afgekondigd op onze website en op posters in het pand. Eerst voorzichtig en onwennig, langzaamaan steeds strenger, op overheidsadvies. Onze praktijk veranderde in rap tempo in een Middeleeuws fort; alleen de ophaalbrug ontbrak. Onze praktijkdeur hangt nu vol pamfletten met onze “Corona-werkwijze”. De zoete inval van klanten die langskwamen om hun dier te wegen, medicijnen of voer af te halen, een vraag te stellen, een kaartje of taartje als bedankje te brengen, is voorbij. Alleen op afspraak komt men nog, mondjesmaat, men is terughoudend. Onze balie, waar huisdiereigenaren en veehouders altijd welkom waren voor advies en een kletspraatje, is nu afgeschermd met doorzichtige plastic schermen.

Stagiaires zijn weg. Collega’s lopen met grote bogen om elkaar heen. Dierenartsen doen hun administratie thuis, alleen. De humane gezondheidszorg doet navraag naar ons beademingsapparaat, een vreemde gewaarwording. In enkele weken tijd is onze normaal zo drukgevulde agenda verbrokkeld tot een gatenkaas. We behandelen uitsluitend nog zieke dieren en spoedgevallen. In de kliniek heerst overwegend de stilte. Onwerkelijk....

Natuurlijk heb ik getwijfeld: te midden van alle berichtgeving, moet óók dít epistel wéér over Corona gaan?! Tja, dat moet. Op een lollige wijze over een spannende, willekeurige patiënt schrijven, voelde als het negeren van een grote olifant in de kamer. De lente én schapentijd, één van de drukste maar vrolijkste tijden van het jaar, is verworden tot een beklemmende, onzekere periode, waarin bijna alles is lamgelegd. Op het werk én thuis.

Ik zeg “bijna”, want gelukkig is daar mijn medemens: de boer. Buiten gaat het werk onverminderd door, onze boeren staan immers aan het begin van de levensmiddelenindustrie. Zonder boeren viel er nu eenmaal niks te hamsteren. Dagelijks merk ik dat zij degenen zijn die mij in dit tumult weer met beide benen op de grond zetten.

En op mijn vraag of zij zich rot voelen, antwoorden de meesten: “Och nee hoor, Alex! Als boer, zo alleen in die stal, ben je toch altijd al een beetje in quarantaine?!”

Dierenarts Alexandra Bogerman 

De heldin en haar tijger

februari 2020

Dierenartsen zijn helden. Ik merk geregeld dat men zich voorstelt dat ik van het ene noodgeval naar het andere race, de ene levensreddende daad na de andere verricht, en eigenaren verblijdt met mijn betrokkenheid en kundigheid. Bloedingen stelpen, geboortes begeleiden, operaties uitvoeren en gewichtige diagnoses stellen bij honden, katten, koeien, schapen, konijnen, paarden, vogels, zelfs bij zeehonden. Wie wil dat nou niet? Heldhaftig zijn, zeven dagen per week. Ik zou natuurlijk wel gek zijn dit imago te ontkrachten! Nee, ik doe er liever nog een schepje bovenop: laatst had ik een wel zeer sensationele patiënt….Een tijger!

Geen huis-tuin-en-keuken tijger, maar een enorm imponerende. Ik sloot mijzelf dagenlang met hem op in de praktijk om hem te temmen. Werkdag in, werkdag uit hield ik mij ermee bezig, ik kwam bijna nergens anders meer aan toe! Ik werd opgejaagd door een strakke deadline, een strenge controleur zou spoedig komen checken hoe ‘t er voorstond met mijn tijger. Ik moet schoorvoetend toegeven…. er was geen moer aan! U denkt: hoe kan dat verwende nest het saai vinden om met zo’n grote pluizige, geelzwartgestreepte tijger te werken?! Maar feit is: dit exemplaar was niet pluizig of gestreept, dit was een “papieren tijger”.

Flauw ben ik, zeg! U hoopte op een zenuwslopend verhaal over échte tijgers! Maar de onderbelichte waarheid is: het uitvoeren van bergen administratie, liefkozend mijn “papieren tijger” genoemd, beslaat maarliefst de helft van mijn dagelijks werk! En afgelopen maand kwam de jaarlijkse inspectie langs. Wettelijk verplicht. Als men een foutje vindt, krijg ik een standje, beloof ik plechtig verbetering en moet zo spoedig mogelijk bewijs opsturen. Doe ik dat niet, dan mag ik mijn werk als koeiendokter niet uitvoeren. Het klinkt te klaaglijk om de hele controle te beschrijven, maar ik wilde u een kleine glimp niet onthouden. Want naast simpele zaken, zoals onze diploma’s, certificaten, teksten op medicijnetiketjes, visitebrieven en facturen, wordt er nog veel meer bekeken: Contracten tussen ons en de koeienboeren; géén contract betekent géén medicijnen mogen voorschrijven. Grappig detail, het heet officieel geen contract, maar één-op-één-relatie. Ik heb zodoende met half agrarisch Texel een één-op-één-relatie, en dát zeggen weinig vrouwen mij na. Onze medicijnvoorraad; van elk flesje, zalfje en pilletje wat ooit bij ons binnenkomt, moet worden verklaard waar het naartoe gaat. Gezondheidsplannen; minstens één keer per kalenderjaar hebben alle koeienboeren een gesprek met hun dierenarts over diergezondheid, dierwelzijn en medicijngebruik op hun bedrijf. Alles wat niet goed gaat, moet ik opschrijven. Plus waarom het niet goed gaat en wat er moet verbeteren. Ook als alles wel goed gaat, moet ik opschrijven dat het goed gaat. Plus waarom het goed gaat en hoe de boer ervoor zorgt dat het goed blijft gaan.

Behandelplannen voor veehouders; van alle veelvoorkomende dierziekten moet ik jaarlijks vermelden welk medicijn veehouders moeten gebruiken. Zijn medicijnenen niet leverbaar omdat de grondstof uit, pak ‘m beet, Japan niet leverbaar is, dan moet het ‘plan’ tussentijds worden aangepast.

En vergeet vooral de handtekenignen niet. Alles altijd netjes ondertekenen, elke relatie, elk plan, elk papiertje! Een papieren tijger gaat tenslotte dood zonder handtekeningen!

Ging de mijne dood? Nee, deze patiënt kende een gelukkige afloop, de inspectie vond mijn papieren tijger topfit! Maar vraagt u mij wat ik liever doe? Laat mij dan maar de heldin uithangen met écht pluizige beesten!

Dierenarts Alexandra Bogerman