Columns

Komt een kip bij de dokter...

november 2020

Ik voelde mij kiplekker, maar had een snotneus. Druilerig weer, tikkeltje slaaptekort en een chronisch gebrek aan sinaasappels in mijn leven, leidden ertoe dat mijn lijf laatst besloot: ‘De hartelijke groeten, hier heb je een welverdiende verkoudheid!’ In deze onzekere tijden, zat er weinig anders op dan in thuisquarantaine te gaan, totdat een gunstige coronatestuitslag mij weer bevrijdde. Oók op mijn werk kwam ik de afgelopen weken veel snotneusjes tegen. Snipverkouden paarden, hoestende honden, niezende katten en benauwde koetjes en kalfjes met longontsteking passeerden de revue. Nét toen ik dacht al mijn lotgenoten uit het dierenrijk wel ontmoet te hebben, maakte ik kennis met een kuchende kip.

‘t Eerste wat mij opviel toen wij Preta uit haar reismandje haalden, was haar opvallende uiterlijk. Met haar pikzwarte snavel, pootjes, kam en lelletjes en een volledig zwart, glanzend verenpak met een diepgroene glimmende gloed, bleek deze patiënt één van de knapste kippetjes die ik ooit zag. En zij deed haar naam eer aan, want (zo leerde ik later van haar eigenaren) ‘Preta’ betekent ‘zwart’ in het Portugees! Maar genoeg over haar outfit, deze kip kwam tenslotte niet voor de show. Ze was flink ziek. Omdat dit de derde zieke kip in enkele maanden tijd was, waren haar eigenaren begrijpelijkerwijs extra bezorgd, temeer omdat de vorige twee hennen gestorven waren. Daarom waren zij er deze keer als de kippen bij om Preta te laten nakijken!

Sinds vandaag proestte de vierjarige Preta het uit. Zij schudde haar kop, at of dronk niet en kwam niet van haar plek om, zoals altijd, te scharrelen met de kippenkudde. Ook stonden haar veren opgezet, zodat zij de typische houding van een zieke vogel kreeg, het zogenaamde ‘bol zitten’. Ik onderzocht Preta uitvoerig. Ze was sloom, snotterde, had enige verhoging en een matig gevulde krop, wat betekende dat zij inderdaad slecht gegeten had. De slijmvliezen, die bij mens en dier altijd mooi roze en vochtig moeten zijn, waren bij Preta overwegend …tja, zwart. Haar hart en longen klonken goed, ze was niet benauwd, en zodoende leek van long- en luchtzakontsteking gelukkig nog geen sprake. Zij had last van een voorste luchtweginfectie. In haar veren kropen kleine luizen, veroorzakers van bloedarmoede. Dit zorgt voor verminderde weestand, waardoor een kip vatbaarder is voor het oplopen van andere ziekten, waaronder allerlei virussen en bacteriën die verkoudheid teweegbrengen. Haar baasjes waren al druk bezig de hardnekkige luizenplaag te onderdrukken! Nu moesten wij Preta’s snotneus nog bestrijden!

Wetenswaardig feitje: ik schreef haar ontstekingsremmers en antibiotica voor, wat oorspronkelijk gemaakt is voor lichtgewicht hondjes en katjes, want met haar 1,5 kilo had de tengere Preta een puppy- en kittengewicht. Waarom geen kippenmedicijn? De diergeneesmiddelen die speciaal voor kippen ontwikkeld worden, zijn overwegend bedoeld voor de pluimvee-industrie en bestaan daarom alleen in verpakkingen voor honderden tot duizenden kippen! Om uit zo’n duizend-doseringen-doosje uitsluitend Preta te behandelen, zou peperduur zijn! Een kippenmedicijn voor een indvididuele hobbykip, bestaat helaas nauwelijks. Tot slot kregen haar baasjes wat patévoer mee om te dwangvoeren wat, u raadt het al, doorgaans ook voor honden en katten bedoeld is (maar om hen nu regenwormen te laten vangen?!).

Preta verbleef een week in de bijkeuken, apart van de rest, zodat zij niemand kon aansteken. Eigenlijk een beetje in thuisquarantaine! Na een week informeerde ik hoe het ging. De therapie had gewerkt, Preta was weer helemaal de oude! Ze scharrelde weer lekker in de tuin met – schrik niet – haar twintigjarige (!) kippenvriendin ‘Oma’. Ik zeg: opdat Preta in goede gezondheid nét zo bejaard mag worden!

Dierenarts Alexandra Bogerman 

Een lekkere maaltijd door de neus geboord!

oktober 2020

Ik keerde als viespeuk terug. Om nog maar te zwijgen over het zwartwitte vel van mijn patiënt, dat er nadien even smoezelig uitzag als ikzelf. Da’s nog niet alles; het smáákte raar! En oh ja, had ik al verteld dat er óók een compressor bij betrokken was?! Jawel, tijd voor een – ietwat onsmakelijk – verhaal over een probleempje uit het dierenrijk, de ‘slokdarmverstopping’.

Het moet een uiterst onaangename gewaarwording zijn: ‘t ene moment eet je een heerlijke maaltijd, ‘t volgende moment komt datzelfde menu stukje bij beetje je neus uit en verdrink je daarbij op de koop toe bijna in je eigen speeksel. Als er één dier met recht ‘ervaringsdeskundig’ is op dit gebied, dan is dat Massey, een stoere Tinkermerrie van ruim twintig jaar. Behalve ‘ervaringsdeskundig’ is zij ook een ‘pechvogel’, want onlangs beleefde Massey haar vijfde slokdarmverstopping.

Slokdarmverstoppingen komen we met enige regelmaat tegen, meestal bij paarden. De naam verraadt al precies het probleem: de slokdarm - een ronde buis die elke doorgeslikte hap van de keel naar de maag transporteert – is geblokkeerd met een voedselprop. Spiertjes in de slokdarmwand duwen het voedsel gewoonlijk richting maag, maar soms blijft het halverwege tóch steken. Hoewel de slokdarm in zo’n geval potdicht zit, gaat de productie van speeksel onverminderd door. Hierdoor begint je slokdarm al vlug te overstromen! Door hoesten, proesten en kwijlen komt veel hiervan via neus en mond naar buiten, maar… de kans op longontsteking door verslikking ligt op de loer. Bekende oorzaken van slokdarmverstoppingen zijn het eten van ingrediënten die snel veel water aantrekken (zoals bietenpulp of vlas), afwijkingen van de slokdarm of maag, en het niet goed kauwen op eten (bijvoorbeeld door gebitsproblemen of simpelweg door gulzigheid). Dikwijls lossen slokdarmverstoppingen bij paarden zich vanzelf vlot op, maar voor Massey gaat die lol vaak niet op en wordt zij daarmee een ‘spoedgeval’.

Het paard stond hoestend en hevig slikkend met gestrekte hals in haar wei. Voerdeeltjes en speekselslierten dropen onophoudelijk uit haar neus en mond. Omdat de behandeling vrij onplezierig aanvoelt, kreeg zij allereerst een prikje kalmeringsmiddel, waarna zij haar volledige medewerking verleende. Ik gaf vervolgens een medicijn om haar verkrampte slokdarmspieren te ontspannen. Hierna bracht ik een lange sondeslang via haar neusgat in haar slokdarm om vast te stellen óf en wáár de verstopping verstopt zat. Bij een paard van gemiddelde grootte, zoals ook deze patiënt, is de slokdarm maarliefst 120 cm lang! Bij Massey liep de sonde echter gauw vast op een stevige kluit lekkernijen.

Via een trechter goten we steeds kleine beetjes lauw water in de sonde (en deels in mijn oksels). Door het daarna afwisselend blazen en zuigen op de sonde (en nee, die combinatie van kwijl, snot, glijmiddel, paardenvoer en water smaakt níét culinair) en voorzichtig doorschuiven van de sonde, probeerde ik de voedselprop te verweken en te bewegen. Toen dit niet afdoende was, kwam buurman’s compressor in actie. Ultrakorte luchtstootjes in de sonde, in aanvulling op het blazende en lurkende waterballet, maakten daarna snel de weg naar haar maag eindelijk vrij. Een kleine bloedneus van Massey, gevolgd door een opgeluchte nies, bezorgde ons tot slot rode stippen. Vanwege de kans op longontsteking na zo’n aandoening, kreeg Massey een korte antibioticumkuur.

Een paar dagen later belde ik haar eigenaar. Had Massey misschien nog een zere neus, last van benauwdheid, koorts of weinig eetlust? Gelukkig, geen sprake van! Massey was tip-top in orde! Ik hoop van harte voor Massey dat dit de laatste keer was dat haar onschuldige passie voor eten haar zo’n ellende oplevert!

Dierenarts Alexandra Bogerman 

Slachtoffer Alexandra

augustus 2020

Heeft ú het óók gedaan, deze zwoele zomerdagen? Flesje wijn open, biertje erbij? Uitgebreid smikkelen van vleesbuffetten? Het kán bijna niet anders of u stak de barbecue aan! En – schrikt u niet hoor, u heeft het immers niet expres gedaan – de kans is zeer aanwezig dat u zich toen tegoed deed aan mijn naamgenoot! Een mals stukje rundvlees genaamd ‘Alexandra’. Hoewel ik Alexandra’s tragische eindbestemming nu al verklapt heb, wil ik toch haar verhaal met u delen. Een verhaal over hoe koeienvlees zoal op uw bord belanden kan. Wellicht is het nieuw voor u, en hopelijk interessant!

U kent vast de gebruikelijke, grote lijnen: een dier wordt, als de tijd rijp is, per veewagen naar een slachthuis vervoerd, daar gekeurd en geslacht, om uiteindelijk keurig verpakt in winkelschappen te komen.

Ik ontmoette Alexandra als kalfje. Ik liep met haar veehouder langs haar stal toen hij terloops zei: “Kijk Alexandra, deze hier hebben we Alexandra genoemd.” Apetrots was ik! Vernoemd! Het werd terstond ‘t schattigste kalf op aarde! Kalf Alexandra vond mij daarentegen helemaal niet leuk. Af en toe ‘moest’ ik iets met haar. Een prikje geven, soms… en later, toen ze ouder werd een rectaal echo-onderzoek voor een drachtcontrole. Gelukkig werd zij een blakende, drachtige pink en kreeg zij weinig van mij te verduren.

Maar toen ging het fout. Vanuit het niets vond de veehouder haar midden op de stalvloer. Hoe hij en zij ook probeerden, Alexandra kon absoluut niet overeind komen. Ik onderzocht haar. Ze oogde fit en alle bevindingen van haar lichamelijk onderzoek waren, afgezien van het feit dat ze lag en knarsetandde, volkomen normaal. Ik concludeerde dat er sprake moest zijn van een ongeluk. Zodanig ernstig, dat er iets kapot was in haar lijf. Iets wat we niet van de buitenkant konden vaststellen, maar wat haar belette om te staan. Iets bovendien, wat we mogelijk niet konden repareren.

Onze opties. We konden haar pijn verzachten en afwachten of zij de komende dagen zou opstaan, met veel twijfels óf en wannéér dat ooit zou gebeuren. Ik kon haar direct uit haar lijden verlossen middels euthanasie. Of … we konden haar laten slachten. Op die manier was Alexandra weliswaar verloren, maar zou de veehouder in ieder geval nog wat vleesopbrengsten kunnen oogsten. Maar niet via de normale manier! In Nederland mogen dieren die niet zelfstandig op vier pootjes een veewagen oplopen namelijk niet levend vervoerd worden. Een goede zaak, want transport kan voor zulke beesten ondraaglijk zijn. Echter, voor dieren die verder kerngezond zijn, maar door een ernstig ongeval hoogstwaarschijnlijk nooit meer beter worden, is er een alternatief: de zogenaamde ‘noodslacht’. Hierbij gebeurt de eerste stap van het slachtproces – het doden – op het bedrijf zelf, na goedkeuring en in bijzijn van een dierenarts en zonder onnodige pijnlijke verplaatsing van het dier. Daarna brengt de veehouder het dier onmiddellijk naar het slachthuis. En, dit moet zeker eens gezegd worden: op Texel hebben we geluk dat we hierbij een fantastische samenwerking hebben met slachter Cor Boschma. Hij staat alle dagen van de week voor ons en de veehouders klaar om deze noodslacht uit te voeren.

Alexandra’s lot moge duidelijk zijn, ‘t werd de noodslacht. Gered was zij hiermee niet, maar zinvol was het wel. Want daar, in het slachthuis, werd haar probleem duidelijk: ingekapseld in een dikke laag spieren (of, voor de vleesliefhebber, een dikke laag biefstukken) lag daar haar bovenbeen, als een twijgje in twee stukken gebroken. Ze zou nooit meer beter zijn geworden.

Dierenarts Alexandra Bogerman 

Hap, slik, weg!

september 2020

‘t Was normaal gesproken zo’n schattig tafereeltje. Meneer en mevrouw keken vreedzaam toe hoe hun pluizige puppy zich urenlang dolblij vermaken kon met iets simpels als … een bierdopje. Kleurrijk speelgoed met piepgeluiden? Overbodig. Pluche teddyberen? Onzin, want dit diertje was tevreden met bijna niks. En bierdopjes waren topfavoriet. Als ze er eentje te pakken kreeg, en dat gebeurde vrij vaak, dan was het feest compleet. Je kunt er immers alle kanten mee op, zo’n dopje: oppakken, over je tong laten rollen, in de lucht gooien, begraven en weer opgraven, lekker keihard erop bijten, uitspugen (zo ver je kunt!), en onderkwijlen. Maar aan een column over blije puppies en bierdop-spelletjes valt weinig eer te behalen. Het avontuur begon pas écht toen de pup op een avond het bierdopje op magische wijze liet verdwijnen.

En zo verschenen meneer, mevrouw en Puppy tijdens mijn avonddienst op de praktijk. Puppy nog steeds dolblij, haar eigenaren ietsiepietsie pips. “Weet u zeker dat het een bierdopje was?,” vroeg ik. De eigenaren knikten vastberaden. “Weet u zeker dat ze het doorslikte?,” vroeg ik. Opnieuw knikten de eigenaren kordaat. Het was zojuist recht voor hun neus gebeurd, hap, slik weg, dat bierdopje zat onherroeppelijk in haar maag.

We waren het er snel over eens, het bierdopje moest eruit. Vanavond nog. Laten zitten was geen optie. Verteren doet zo’n ding niet. En uitpoepen? Te gevaarlijk. Het was zeer aannemelijk dat zo’n voorwerp onderweg naar de uitgang zou vastlopen in een sliert van nauwe puppydarmpjes, en Puppy daarmee dooziek zou maken.

De eerste reddingspoging begon als een feestje voor Puppy. Ik schotelde haar een portie blikvoer voor. Gretig kwispelend smikkelde ze het bakje in één minuut leeg. Daarna kreeg zij een prikje wat haar in luttele seconden misselijk maakte, zodat zij ging overgeven. Is dat wreed, eerst eten dan braken? Integendeel, overgeven gaat juist gemakkelijker als je maag gevuld is. Na afloop doorzochten wij de voedselbrij, maar het bierdopje bleef spoorloos. Puppy’s blijheid was eveneens foetsie. Eventjes twijfelde iedereen. Zou ze ‘t dan toch níét doorgeslikt hebben? Met dank aan ons digitale röntgenapparaat, werd met de snelheid van een ‘selfie’ (supersnel dus) duidelijkheid verschaft. Dat bierdopje was het stralende middelpunt van de foto.

Tijd voor grof geschut. Als het bierdopje niet naar ons toekwam, moesten wij naar het bierdopje toe. In vroeger tijden gebeurde dat middels een buikoperatie. Een succesvolle, maar zware ingreep voor een dier. Tegenwoordig bestaat er gelukkig een heel fantastisch alternatief, de endoscoop. Bij deze techniek wordt met een lange bestuurbare sonde een camera in de maag gebracht. De dierenarts kan met behulp van deze live-beelden vreemde voorwerpen, zoals bierdopjes, veilig vinden en verwijderen. Zonder operatie! Ik vroeg mijn collega’s David en Maaike om te helpen, want zij bedienen dit hippe apparaat, en bracht Puppy onder narcose.

En daar, op ‘t beeldscherm, doemde een plaatje op om niet snel te vergeten. Als een grote ondergaande zon aan de horizon verscheen het ronde bierdopje, met daarop in koeienletters te lezen: Heineken 0.0%. Binnen een paar minuten visten David en Maaike het dopje eruit. Grappig feitje, hier komt daadwerkelijk een ‘visnetje’ aan te pas. En Puppy? Die verliet kort daarna kerngezond onze praktijk. Een beetje wiebelig nog van de narcose, maar alweer zin om te spelen. Al zal dat nooit meer met bierdopjes zijn.

Dierenarts Alexandra Bogerman

Reilen en zeilen

juli 2020

Bladerend door de praktijkagenda spitte ik onlangs de junimaand door, speurend naar toffe columnpatiënten. Ik vind mijn werk nooit suf, maar ik kon mij niet aan de indruk onttrekken dat ik de afgelopen tijd vooral besteed had aan routineuze bedrijfsbezoeken, stapels rapportjes schrijven en werkoverleg plegen met jan en alleman. En daarover lezen is suf. U wilt actie! Een kijkje achter de schermen!

Het is natuurlijk ongehoord te pronken met andermans patiënten, maar eerlijk is eerlijk: als u een boeiende glimp achter de schermen waardeert, dan moeten we bij onze gezelschapsdierenartsen gluren. Met een beetje geluk beperken uw dierenartsbezoeken zich tot de balie, wachtkamer en spreekkamers. Uw huisdier mijdt immers liefst onze opnameruimte, röntgenkamer, gebitsbehandeltafel of operatiekamer. Toch belanden daar maandelijks talloze, uiteenlopende patiënten. Meestal onder zeil. In deze column koekeloeren we daarom ‘backstage’, voor een korte schets van wat dierendokters Maaike, Kim en David recentelijk uitvoerden bij onze narcosepatiënten.

Allereerst keken zij veel tv! Enkele hondjes doorstonden namelijk een endoscopie van hun slokdarm en maag. Hierbij wordt een camera ingebracht om letterlijk te zien wat er loos is. De dierenarts kijkt live mee op een tv-scherm en neemt wanneer nodig orgaanhapjes voor uitgebreider onderzoek. Modern en supernuttig, want zo kunnen bijvoorbeeld tumoren en ontstekingen gediagnosticeerd worden. Ook kunnen zij vreemde voorwerpen veilig opvissen die te gevaarlijk zijn om uit te braken of te poepen, zoals vishaakjes. Allemaal zonder operatiemes!

Verder vertrokken heel wat patiënten een tikkeltje lichter dan zij aankwamen. Nee, liposuctie doen we niet! Maar er worden wel veel ‘stukjes dier’ achterovergedrukt in onze OK.  Zo werden naast de voor de hand liggende testikels, eierstokken en verdachte bulten, ook complete baarmoeders en stukken melkklierweefsel verwijderd; zware, maar vaak levensreddende operaties die ongelukkigerwijze regelmatig voorkomen bij teefjes met baarmoederontsteking en borstkanker.
Sommige dieren krijgen noodzakelijkerwijs een metamorfose nadat zij in onze OK behandeld zijn, zoals katten Babbel en Pluk. Babbel onderging een pootamputatie na een onfortuinlijke botbreuk, en Pluk moet het voortaan zonder staartje stellen nadat deze gebroken en verlamd raakte en geamputeerd werd.
Soms ook vinden onze dierenartsen een trofee! Maaike diepte tijdens een operatie laatst een potje vol knikkergrote blaasstenen op uit een klein lief hondje.

Dieren krijgen ook dikwijls een roesje voor handelingen waarvoor mensen juist nooit onder narcose gaan. Omdat het anders te pijnlijk voor het dier is bijvoorbeeld, of te gevaarlijk voor onszelf. Denk aan ontstoken oortjes schoonspoelen, gebitsbehandelingen, röntgenfoto’s maken van pijnlijke lijfjes en bloedafname bij bange, bijtgrage beestjes. Het credo ‘even stilzitten, dan is het snel voorbij’ krijgen we helaas niet bij alle dieren aan ‘t verstand gepeuterd.

Óf u met uw huisdier ooit bij ons backstage verzeild raakt, weet niemand. Maar tóch, heel soms, zou ik willen dat u werkelijk kon meekijken. Eventjes maar, om ‘t hoekje….
U zou onze brandschone, compleet uitgeruste operatiekamer zien, legio afgepaste narcosemogelijkheden, infusen, professioneel gesteriliseerde operatiesetjes – één voor elke patient, waardoor antibioticakuren voor standaardoperaties bij ons overbodig zijn. U zou ons gasnarcose-en zuurstofapparaat zien, waarmee wij hartslag en ademhaling van uw huisdier monitoren, ja zelfs beademen kunnen als ’t moet. U zou onze steriele operatiekledij zien, ons elektrisch operatiemes wat bloedvaatjes dichtschroeit en bloedverlies helpt te verminderen. U zou horen hoe wij gratis nacontroles bieden aan narcosepatiënten, zoveel als nodig. U zou merken hoe uw huisdier van aankomst tot vertrek nauwlettend begeleid wordt door onze kundige paraveterinairen. U zou toewijding, betrouwbaarheid en professionele kwaliteit zien van ons voltallige team, 24 uur per dag!

En tja, ik geef ruiterlijk toe dat ik nu poch met mijn collega’s, maar… stiekem ben ik daar oprecht heel trots op!

Dierenarts Alexandra Bogerman